Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:BB6202

2007-12-07 Civiel recht R07/063HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-12-07
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R07/063HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 828 | RvdW 2007, 1048 | JWB 2007/420

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Sluiting verificatievergadering door Rechter-Commissaris na vaststelling dat geen geschikte kandidaten voor de commissie van schuldeisers zijn aangedragen; ontvankelijkheid van na de verstrijking van de termijn uit art. 67 lid 1 F. tegen beslissing R-C gericht beroepschrift; bekendheid datum van de door de R-C te nemen beslissing bij schuldeisers in het faillissement uit vooraf door R-C verzonden brief (81 RO)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.402 tekens)
7 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/063HR
MK/EE


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. SUNRAY (AMSTELVEEN) BELEGGINGEN B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M. Bouman.


Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties


Bij beschikking van 15 februari 2007 heeft de rechter-commissaris in het bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 september 1995 uitgesproken faillissement van [betrokkene 1] geconstateerd dat geen geschikte kandidaten voor de commissie van schuldeisers zijn aangedragen en heeft, gelet daarop, de verificatievergadering gesloten.
Met een op 21 februari 2007 per fax, en op 22 februari 2007 per post, ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend beroepschrift hebben [verzoeker] c.s. beroep aangetekend tegen de door de rechter-commissaris genomen beslissing.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2007 [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 5 november 2007 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.