Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2007:BB6184
2007-12-21
Civiel recht
C06/204HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2007:BB6184 → ECLI:NL:PHR:2007:BB6184
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Vernietiging ontslag; rechterlijke matiging loonvordering op grond van art. 7:680a BW; maatstaf; betekenis omstandigheid dat werknemer elders heeft gewerkt of heeft kunnen werken of een uitkering heeft genoten (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.066 tekens)
21 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/204HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. W.B. Teunis, thans mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
VAN GEND & LOOS B.V.,
gevestigd te Houten,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Van Gend & Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 augustus 2002 Van Gend & Loos gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Van Gend & Loos te veroordelen om aan [eiser] te betalen het salaris vanaf 7 mei 2002 van € 1.781,-- bruto per maand, met de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW, alsmede het vakantiegeld van 8% per jaar over het brutosalaris, met rente en kosten.
Van Gend & Loos heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 februari 2003 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft Van Gend & Loos hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na tussenarresten van 21 oktober 2004 en 10 november 2005 heeft het hof bij eindarrest van 27 april 2006 het vonnis van de kantonrechter vernietigd, behalve voor wat betreft de proceskostenveroordeling en, in zoverre opnieuw rechtdoende, Van Gend & Loos veroordeeld om aan [eiser] te betalen 50% van het loon van € 1.781,-- bruto per maand over de periode van 7 mei 2002 tot 10 januari 2005, vermeerderd met 40% wettelijke verhoging en met 50% van de vakantiebijslag over het bruto loon van 8% per jaar, met rente.
Het tussenarrest van 10 november 2005 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Van Gend & Loos heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Gend & Loos begroot op € 176,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.
Eerste Kamer
Nr. C06/204HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. W.B. Teunis, thans mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
VAN GEND & LOOS B.V.,
gevestigd te Houten,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Van Gend & Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 augustus 2002 Van Gend & Loos gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Van Gend & Loos te veroordelen om aan [eiser] te betalen het salaris vanaf 7 mei 2002 van € 1.781,-- bruto per maand, met de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW, alsmede het vakantiegeld van 8% per jaar over het brutosalaris, met rente en kosten.
Van Gend & Loos heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 februari 2003 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft Van Gend & Loos hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na tussenarresten van 21 oktober 2004 en 10 november 2005 heeft het hof bij eindarrest van 27 april 2006 het vonnis van de kantonrechter vernietigd, behalve voor wat betreft de proceskostenveroordeling en, in zoverre opnieuw rechtdoende, Van Gend & Loos veroordeeld om aan [eiser] te betalen 50% van het loon van € 1.781,-- bruto per maand over de periode van 7 mei 2002 tot 10 januari 2005, vermeerderd met 40% wettelijke verhoging en met 50% van de vakantiebijslag over het bruto loon van 8% per jaar, met rente.
Het tussenarrest van 10 november 2005 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Van Gend & Loos heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Gend & Loos begroot op € 176,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.