Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:BB5376

2007-12-11 Strafrecht 02608/06
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-12-11
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
02608/06
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 843 | RvdW 2008, 40

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Afwijzing getuigenverzoek. Conclusie AG: Afwijzing verzoek op de grond dat geen adres bekend is en geen uitzicht bestaat dat de getuige binnen aanvaardbare termijn zal kunnen worden getraceerd en ttz. zal verschijnen is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de raadsman heeft betoogd dat van de getuige in ieder geval bekend was dat zij in Palestina is geboren en dat bij de IND meer over haar bekend moest zijn. HR: 81RO

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.556 tekens)
11 december 2007
Strafkamer
nr. 02608/06
IB/SM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 maart 2006, nummer 24/000613-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.


2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 11 december 2007.