Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2007:BB3776
2007-11-09
Civiel recht
C06/156HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2007:BB3776 → ECLI:NL:PHR:2007:BB3776
Inhoudsindicatie
Overheidsaansprakelijkheid. Schade eigenaren hotel door beperking bebouwing. Bestuursrechter acht schade niet vergoedbaar langs bestuurlijke weg. Civiele schadevordering tegen gemeente o.g.v. schending van art. 6 EVRM en art. 1 EP EVRM; bevoegdheid burgerlijke rechter. Formele rechtskracht bestemmingsplan laat geen ruimte voor beroep op schending door gemeente opgewekt vertrouwen (art. 81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2021:840 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.755 tekens)
9 november 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/156HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
GEMEENTE BERGEN,
zetelende te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres 1], [eiseres 2] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres 1] en [eiseres 2] hebben bij exploot van 8 december 2003 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [eiseres 1] en [eiseres 2] onrechtmatig heeft gehandeld en de Gemeente te veroordelen om aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te betalen een bedrag van € 971.454,57, met rente en kosten.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 september 2004 [eiseres 1] en [eiseres 2] niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit vonnis hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 16 februari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres 1] en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 november 2007.
Eerste Kamer
Nr. C06/156HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
GEMEENTE BERGEN,
zetelende te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres 1], [eiseres 2] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres 1] en [eiseres 2] hebben bij exploot van 8 december 2003 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [eiseres 1] en [eiseres 2] onrechtmatig heeft gehandeld en de Gemeente te veroordelen om aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te betalen een bedrag van € 971.454,57, met rente en kosten.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 september 2004 [eiseres 1] en [eiseres 2] niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit vonnis hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 16 februari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres 1] en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 november 2007.