Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2007:BA0872
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2007:BA0872 → ECLI:NL:PHR:2007:BA0872
Inhoudsindicatie
Schadefonds Geweldsmisdrijven. De CAG wijst ambtshalve op de toewijzing van het hof van de vordering b.p., in het bijzonder de last om het toegewezen bedrag aan het Schadefonds Geweldsmisdrijven te betalen. I.c. heeft de b.p. EUR 2290,25 schadevergoeding gevorderd en inmiddels EUR 4000,- ontvangen van het Schadefonds. Volgens de CAG heeft, als een uitkering wordt toegekend, dat consequenties voor de positie van het slachtoffer als b.p. in de strafprocedure of als eisende partij in een civiele procedure tegen de dader. Gevorderde schade die al door het Schadefonds is vergoed kan niet worden toegewezen. De commissie tot beheer van het fonds kan echter ook, vooruitlopend op haar beslissing, een voorlopige uitkering doen (art. 13.1 Wet schadefonds geweldsmisdrijven). Van subrogatie is dan geen sprake. Of van zodanig voorschot of van een definitieve beslissing tot toekenning van de uitkering i.c. sprake was, is niet duidelijk. Dit in aanmerking genomen en gelet op de omstandigheid dat op dit punt geen verweer is gevoerd, leidt het niet tot ambtshalve vernietiging. HR: 81 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2019:535 Parket bij de Hoge Raad 28-05-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.561 tekens)
Strafkamer
nr. 01106/06
AG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 november 2005, nummer 23/002016-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Haarlem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 mei 2007.