Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:AZ7838

2007-03-09 Civiel recht; Personen- en familierecht R06/077HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-03-09
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R06/077HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 160 | RvdW 2007, 275 | NJB 2007, 705 | JWB 2007/76

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalig samenwonende partners over kinderalimentatie (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.850 tekens)
9 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/077HR
RM/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,


t e g e n


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt.


1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 9 februari 2005 ter griffie van de rechtbank te Haarlem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat de man conform de tussen partijen gemaakte afspraak van 25 augustus 2004 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen, [de kinderen], dient te betalen van € 300,--, althans een in goede justitie te betalen bedrag, per maand per kind.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 28 juni 2005, met wijziging van de tussen partijen gesloten overeenkomst, bepaald dat de man met ingang van 1 oktober 2004 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal betalen van € 200,-- per maand per kind, voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. Het meer of anders verzochte heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft in hoger beroep verzocht de bijdrage met ingang van 1 oktober 2004 op nihil te stellen.
Bij beschikking van 23 maart 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
Mr. H.J.W. Alt heeft namens de advocaat van de man bij brief van 21 december 2006 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.