Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:AZ5445

2007-03-16 Civiel recht; Personen- en familierecht R06/053HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-03-16
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R06/053HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 183 | RvdW 2007, 313 | NJB 2007, 720 | JWB 2007/91

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalig samenwonende partners over de stopzetting van de eerder vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en zijn, tijdens hun affectieve relatie geboren, minderjarige kinderen over wie alleen de moeder het gezag uitoefent (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.948 tekens)
16 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/053HR
MK/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall,


t e g e n


[De moeder],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.


1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 6 november 2003 ter griffie van de rechtbank te Dordrecht ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van 7 november 2002 van het gerechtshof te Amsterdam betreffende de omgangsregeling tussen haar minderjarige kinderen [dochter 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994 en [dochter 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997 en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - te wijzigen, in die zin dat er geen omgang zal plaatshebben.
Bij beschikking van 21 april 2004 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van de zaak kennis te nemen en de zaak doorverwezen naar de rechtbank te Rotterdam.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 15 maart 2005 het verzoek van de moeder tot stopzetting van de omgangsregeling afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 25 januari 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw beschikkende en met wijziging van de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 7 november 2002, het verzoek van de moeder omtrent de omgang alsnog toegewezen, bepaald dat de vader geen omgang zal hebben met [dochter 1] en de vader de omgang met [dochter 2] voor onbepaalde tijd ontzegd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 maart 2007.