Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:AZ4847

2007-01-12 Civiel recht C05/207HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-01-12
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/207HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 7 | RvdW 2007, 87 | NJB 2007, 271 | JWB 2007/6

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Schadeafwikkeling na medische beroepsfout. Geschil tussen verzekeraars over de dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering en samenloop met andere verzekering; procesrecht, ontvankelijkheid van beroep in cassatie van nieuwe procespartij, rechtsopvolging onder bijzondere titel (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.511 tekens)
12 januari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/207HR
MK/RM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. de vennootschap naar Zwitsers recht WINTERTHUR SCHWEIZERISCHE UNFALL VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT,
gevestigd te Winterthur, Zwitserland,
2. WINTERTHUR SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. Streefkerk,


t e g e n


VVAA SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiseressen tot cassatie - verder te noemen: Winterthur - hebben bij exploot van 26 februari 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: VVAA - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, VVAA te veroordelen om aan Winterthur te betalen een bedrag van ƒ 126.349,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 1993 tot aan de dag der algehele voldoening.
VVAA heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 november 1999 de vordering afgewezen en Winterthur in de proceskosten veroordeeld.
Tegen dit vonnis heeft Winterthur hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij memorie van grieven heeft Winterthur haar eis verminderd in die zin dat een bedrag van ƒ 113.174,83 wordt gevorderd.
Bij tussenarrest van 13 maart 2003 heeft het hof Winterthur een bewijsopdracht gegeven. Bij eindarrest van 24 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en Winterthur in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen beide arresten van het hof heeft Winterthur beroep in cassatie ingesteld. VVAA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaat van Winterthur heeft bij brief van 23 november 2006 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep


De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.


4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Winterthur in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VVAA begroot op € 1.611,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 januari 2007.