Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AZ3678

2006-12-22 Civiel recht C05/265HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-12-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/265HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 843 | RvdW 2007, 41 | NJB 2007, 163 | JWB 2006/457

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Overheidsaansprakelijkheid. Geschil tussen eigenaar van boerderij - afgebroken en opnieuw opgebouwd wegens verrotting van het bovenste deel van de houten fundering veroorzaakt door gedeeltelijke droogstand – en hoogheemraadschap over zijn aansprakelijkheid voor de door de eigenaar geleden schade wegens onvoldoende handhaving van het voor de waterstand ter plaatse geldende streefpeil; gevolgen van formele rechtskracht van het peilbesluit; betekenis van de schadevergoedingsregeling in art. 40 Wet op de waterhuishouding (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.646 tekens)
22 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/265HR
RM/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,


t e g e n


HOOGHEEMRAADSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 12 januari 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: het Hoogheemraadschap - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd het Hoogheemraadschap te veroordelen tot betaling van ƒ 133.670,-- met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Het Hoogheemraadschap heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 11 juni 2003 de vordering afgewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 23 juni 2005 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor het Hoogheemraadschap toegelicht door haar advocaat, [eiser] heeft haar standpunt niet nader toegelicht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 2.001,34 aan verschotten en € 2.200,-- salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.