Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AZ3087

2006-12-22 Civiel recht C05/335HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-12-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/335HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 848 | RvdW 2007, 45 | NJB 2007, 166 | JWB 2006/461

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Parate executie. Geschil tussen twee broers over de verdeling van de executieopbrengst van de boerderij die steeds in familiebezit is geweest; schending van voorkeursrecht (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.101 tekens)
22 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/335HR
MK/RM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,


t e g e n


[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.A. Knijff.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft op 2 april 2002 ter griffie van de rechtbank te Almelo een verzoekschrift ingediend strekkende tot verkrijging van toestemming tot onderhandse verkoop van een registergoed krachtens art. 3:268 lid 2 BW.
Bij beschikking van 21 mei 2002 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen, met dien verstande dat een aantal bepalingen van de koopovereenkomst dienden te worden doorgehaald.
Met een op 11 juli 2002 ter griffie van de rechtbank te Almelo ingediend verzoekschrift hebben, voorzover in cassatie van belang, [eiser] en verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - de voorzieningenrechter verzocht een rechter-commissaris te benoemen ten overstaan van wie tot de verdeling van de netto-verkoopopbrengst van het registergoed zou worden overgegaan.
Op 1 april 2003 heeft de rechter-commissaris een staat van verdeling opgemaakt met betrekking tot de restantopbrengst van de executoriale verkoop van het registergoed. De rechter-commissaris heeft partijen niet kunnen verenigen en hen naar de terechtzitting van 14 mei 2003 verwezen. Bij memorie van eis heeft [verweerder] een bedrag van € 226.890,-- ter zake van de door [eiser] verbeurde boete gevorderd, subsidiair een bedrag van € 91.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente. [eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 december 2003, kort weergegeven, de verdeling van de (restant)executieopbrengst bepaald. De vordering van [verweerder] heeft de rechtbank niet in de verdeling betrokken.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij tussenarrest van 28 december 2004 heeft het hof [verweerder] een bewijsopdracht gegeven en bij eindarrest van 23 augustus 2005 heeft het hof, voorzover in cassatie van belang en kort weergegeven, het vonnis van de rechtbank te Almelo van 10 december 2003 vernietigd en bepaald dat van de (restant)executieopbrengst een bedrag van € 91.000,-- dient te worden uitgekeerd aan [verweerder].
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mede door mr. E.M. Tjon-En-Fa, advocaat bij de Hoge Raad, en de zaak is voor [verweerder] toegelicht door mrs. B. Winters en R. Schellaars, advocaten te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 november 2006 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.171,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.