Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AZ2721

2006-12-15 Civiel recht C05/180HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-12-15
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/180HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 797 | RvdW 2007, 5 | NJB 2007, 87 | JWB 2006/445

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Geschil tussen bank en projectontwikkelaar over door de bank afgebroken onderhandelingen omtrent de huur van te ontwikkelen bedrijfsruimte (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (8)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.861 tekens)
15 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/180HR
RM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


PLANOFORM ARNHEM B.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mrs. R.S. Meijer en B.T.M. van der Wiel,


t e g e n


ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Planoform - heeft bij exploot van 4 april 2002 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen. Planoform heeft gevorderd dat de Bank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot vergoeding van schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De Bank heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 16 januari 2004 de Bank veroordeeld aan Planoform te vergoeden de door haar geleden schade als gevolg van de door de Bank onrechtmatig beëindigde onderhandelingen tussen partijen over het tot stand brengen van een huurovereenkomst, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Het meer of anders gevorderde heeft de kantonrechter afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Planoform hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. In hoger beroep heeft Planoform haar eis gewijzigd en gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest:
- primair: voor recht zal verklaren dat een perfecte huurovereenkomst tot stand is gekomen, met veroordeling van de Bank tot schadevergoeding - op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet- op basis van positief contractsbelang;
- subsidiair: voor recht zal verklaren dat de onderhandelingen tussen partijen in een zodanig stadium zijn geraakt dat het de Bank niet langer vrijstond de onderhandelingen af te breken, met veroordeling van de Bank tot vergoeding van kosten en schade, waaronder gederfde winst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- meer subsidiair: voor recht zal verklaren dat de onderhandelingen in een zodanig stadium zijn geraakt dat het de Bank niet langer vrijstond zich van de onderhandelingen af te keren zonder vergoeding van de door Planoform geleden schade en kosten, met veroordeling van de Bank tot vergoeding van schade en kosten, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De Bank heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 5 april 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft Planoform beroep in cassatie ingesteld. De Bank heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Planoform toegelicht door haar advocaten en voor de Bank door mr. W.H. van Hemel, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele beroep.
De advocaten van Planoform hebben bij brief van 3 november 2006 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Planoform in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;



in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Planoform begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 december 2006.