Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AY9711

2006-11-03 Civiel recht C06/073HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-11-03
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C06/073HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 677 | RO 2007, 2 | RvdW 2006, 1044 | JRV 2007, 67 | JWB 2006/367

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen een stichting aan wie gedupeerde beleggers in units teak-aanplant in Costa Rica hun vorderingen ter incasso hadden gecedeerd, en de bestuurder van de bemiddelende vennootschap over zijn (hoofdelijke) aansprakelijkheid voor hun schade wegens de misleidend hoge prognose van de houtopbrengst in deze teakplantages en wegens onttrekking van de onderhoudsgelden aan het trustfonds dat de belegde units onderhield (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.949 tekens)
3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C06/073HR
MK/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


STICHTING TEAK-OPSTAND,
gevestigd te Sittard,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,


t e g e n


[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Schutte.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Stichting - heeft bij exploot van 22 december 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en Bosque Teca Verde S.A., een besloten vennootschap naar het recht van Costa Rica - verder te noemen: BTV - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, na wijziging van eis, voorzover in cassatie van belang, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat [verweerder] en BTV hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de Stichting geleden en nog te lijden schade uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad gepleegd door [verweerder] en BTV jegens de Stichting en gevorderd dat de schade dient te worden opgemaakt bij staat.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden. BTV is in de gehele procedure niet verschenen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 mei 2003 de vorderingen tegen BTV toegewezen en de vorderingen tegen [verweerder] afgewezen.
Tegen het vonnis heeft de Stichting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 22 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.