Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AY7264
2006-09-01
Civiel recht
C06/094HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AY7264 → ECLI:NL:PHR:2006:AY7264
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Cassatie, verstekverlening, rechtsgeldig exploot van dagvaarding, domiciliekeuze als bedoeld in art. 111, lid 2, onder a, Rv (nieuw).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.109 tekens)
1 september 2006
Eerste Kamer
Nr. C06/094HR
Hoge Raad der Nederlanden
Rolbeschikking
in de zaak van:
E&T ENERGIE EN MILIEU B.V.,
gevestigd te Heerde,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. mr. C.A.J. van der Meulen,
t e g e n
HOLLAND MILIEUTECHNIEK B.V., als rechtsopvolger van HAK MILIEUTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Geldermalsen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in cassatie
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: E&T - heeft bij exploot van 21 maart 2006 aan verweerster in cassatie - verder te noemen: HM - aangezegd dat zij beroep in cassatie instelt tegen de tussen partijen gewezen arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 6 mei 2004 en 22 december 2005 en HM gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 31 maart 2006.
HM is in cassatie niet verschenen. E&T heeft verzocht verstek te verlenen tegen HM.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe op de voet van art. 121 lid 2 Rv. een nadere datum te bepalen met bevel tot oproeping van HM met herstel van het na te noemen gebrek.
De advocaat van E&T heeft bij brief van 23 mei 2006 op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening
Het exploot van dagvaarding van 21 maart 2006 voldoet aan de ingevolge art. 407 lid 1 in verbinding met art. 111 Rv. in acht te nemen eisen, met inbegrip van het voorschrift van art. 111, lid 2, onder a, Rv., dat bij art. VII onder I van de - ingevolge het KB van 29 september 2005, Stb. 2005, 484, op 15 oktober 2005 in werking getreden - Wet van 8 september 2005, Stb. 2005, 455, aldus is gewijzigd dat de eiser in het exploot woonplaats dient te kiezen 'in Nederland'.
3. Beschikkende
De rolraadsheer:
verleent het gevraagde verstek.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.J. Numann en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2006.
Eerste Kamer
Nr. C06/094HR
Hoge Raad der Nederlanden
Rolbeschikking
in de zaak van:
E&T ENERGIE EN MILIEU B.V.,
gevestigd te Heerde,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. mr. C.A.J. van der Meulen,
t e g e n
HOLLAND MILIEUTECHNIEK B.V., als rechtsopvolger van HAK MILIEUTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Geldermalsen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in cassatie
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: E&T - heeft bij exploot van 21 maart 2006 aan verweerster in cassatie - verder te noemen: HM - aangezegd dat zij beroep in cassatie instelt tegen de tussen partijen gewezen arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 6 mei 2004 en 22 december 2005 en HM gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 31 maart 2006.
HM is in cassatie niet verschenen. E&T heeft verzocht verstek te verlenen tegen HM.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe op de voet van art. 121 lid 2 Rv. een nadere datum te bepalen met bevel tot oproeping van HM met herstel van het na te noemen gebrek.
De advocaat van E&T heeft bij brief van 23 mei 2006 op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening
Het exploot van dagvaarding van 21 maart 2006 voldoet aan de ingevolge art. 407 lid 1 in verbinding met art. 111 Rv. in acht te nemen eisen, met inbegrip van het voorschrift van art. 111, lid 2, onder a, Rv., dat bij art. VII onder I van de - ingevolge het KB van 29 september 2005, Stb. 2005, 484, op 15 oktober 2005 in werking getreden - Wet van 8 september 2005, Stb. 2005, 455, aldus is gewijzigd dat de eiser in het exploot woonplaats dient te kiezen 'in Nederland'.
3. Beschikkende
De rolraadsheer:
verleent het gevraagde verstek.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.J. Numann en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2006.