Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AX6256
2006-06-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
R05/110HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AX6256 → ECLI:NL:PHR:2006:AX6256
Inhoudsindicatie
Familierecht. Geschil tussen voormalig echtelieden over de door de man verzochte echtscheiding; onvoorwaardelijke intrekking van een appelgrief?, uitleg van gedingstukken (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.283 tekens)
23 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/110HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij inleidend verzoekschrift gedateerd 16 februari 2004 heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 14 september 2004, heeft de rechtbank bij beschikking van 28 september 2004 tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 mei 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/110HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij inleidend verzoekschrift gedateerd 16 februari 2004 heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 14 september 2004, heeft de rechtbank bij beschikking van 28 september 2004 tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 mei 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.