Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AX6256

2006-06-23 Civiel recht; Personen- en familierecht R05/110HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-06-23
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R05/110HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 397 | RvdW 2006, 653 | JWB 2006/217

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalig echtelieden over de door de man verzochte echtscheiding; onvoorwaardelijke intrekking van een appelgrief?, uitleg van gedingstukken (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.283 tekens)
23 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/110HR
RM/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,


t e g e n


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.


1. Het geding in feitelijke instanties


Bij inleidend verzoekschrift gedateerd 16 februari 2004 heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 14 september 2004, heeft de rechtbank bij beschikking van 28 september 2004 tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 mei 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.