Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AW9383
2006-09-01
Civiel recht; Personen- en familierecht
R05/067HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AW9383 → ECLI:NL:PHR:2006:AW9383
Inhoudsindicatie
Ipr. Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van verzoek echtscheiding uit te spreken tussen - op Nederlandse ambassade te Abu Dhabi gehuwde - Nederlandse man en Thaise vrouw; gewone verblijfplaats in de zin van art. 2 Brussel II-Verordening (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2020:321 Parket bij de Hoge Raad 03-04-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3206 Gerechtshof Den Haag 19-11-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.213 tekens)
1 september 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/067HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende althans geregistreerd te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Mohassel Zadeh,
t e g e n
[De vrouw],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 augustus 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Leeuwarden en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken.
De vrouw is niet in rechte verschenen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2004 zich onbevoegd verklaard van het verzoekschrift kennis te nemen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 16 februari 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/067HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende althans geregistreerd te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Mohassel Zadeh,
t e g e n
[De vrouw],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 augustus 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Leeuwarden en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken.
De vrouw is niet in rechte verschenen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2004 zich onbevoegd verklaard van het verzoekschrift kennis te nemen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 16 februari 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.