Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AW6233
2006-09-01
Civiel recht
R05/149HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AW6233 → ECLI:NL:PHR:2006:AW6233
Inhoudsindicatie
WSNP, tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder a, F.; schending door schuldenaren van informatieplicht (81 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.425 tekens)
1 september 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/149HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1] en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 16 februari 2005 ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en daarbij een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.
Op 4 juli 2005 heeft de bewindvoerder bij deze rechtbank een verzoek ingediend strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling onder het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van de schuldenaren.
Na een mondelinge behandeling van voormeld verzoek op 2 september 2005 heeft de rechtbank bij vonnis van diezelfde dag de toepassing van de schuldsaneringsregelingen van beide schuldenaren beëindigd en voor het geval deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt bepaald dat zij in staat van faillissement zullen verkeren. Tevens heeft zij een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 8 november 2005 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/149HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1] en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 16 februari 2005 ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en daarbij een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.
Op 4 juli 2005 heeft de bewindvoerder bij deze rechtbank een verzoek ingediend strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling onder het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van de schuldenaren.
Na een mondelinge behandeling van voormeld verzoek op 2 september 2005 heeft de rechtbank bij vonnis van diezelfde dag de toepassing van de schuldsaneringsregelingen van beide schuldenaren beëindigd en voor het geval deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt bepaald dat zij in staat van faillissement zullen verkeren. Tevens heeft zij een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 8 november 2005 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.