Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2006:AW2326
2006-04-21
Bestuursrecht; Belastingrecht
41185
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Artikel 40 Wet WOZ. Verzoek tot verstrekking van waardegegevens van andere woningen dient gespecificeerd te zijn. Heffingsambtenaar dient gelegenheid tot specificatie te geven.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (47)
- ECLI:NL:PHR:2025:1074 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1074 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1074 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1074 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:3433 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-06-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:3109 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:3108 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2865 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2864 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2024:5947 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5944 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5946 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5948 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5945 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3780 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-06-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3781 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-06-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3216 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3208 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3211 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3213 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3209 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2837 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2837 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2836 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2433 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2422 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1861 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-03-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1282 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1279 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:782 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-01-2024
- ECLI:NL:HR:2023:1110 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1052 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1116 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1115 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1114 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1113 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1112 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:HR:2023:1111 Hoge Raad 18-08-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:130 Parket bij de Hoge Raad 31-01-2023
- ECLI:NL:GHARL:2021:11925 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-12-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:127 Gerechtshof Den Haag 13-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2017:1051 Parket bij de Hoge Raad 25-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1051 Parket bij de Hoge Raad 25-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1008 Parket bij de Hoge Raad 25-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1008 Parket bij de Hoge Raad 25-09-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:2517 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-03-2017
- ECLI:NL:HR:2016:2667 Hoge Raad 25-11-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (4.527 tekens)
Nr. 41.185
21 april 2006
ME
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 20 augustus 2004, nr. 02/01827, betreffende na te melden beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ).
1. Beschikkingen, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij in één geschrift vervatte beschikkingen de waarde van de onroerende zaken a-straat 1 en 2 te Z voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op ƒ 455.000 (€ 206.470) respectievelijk ƒ 365.000 (€ 165.630).
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk bij in één geschrift vervatte uitspraken de waarden nader vastgesteld op € 186.050 respectievelijk € 152.016.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk heeft een verweerschrift ingediend. Nu dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het door belanghebbende in de bezwaarfase gedane en voor het Hof herhaalde verzoek, om - naast de hem reeds verstrekte waardegegevens van de vergelijkingspanden - drie waardegegevens van vergelijkbare woningen uit de directe omgeving, drie waardegegevens van andere categorieën woningen en drie waardegegevens van woningen op andere locaties te verstrekken, is door de heffingsambtenaar niet gehonoreerd. In de procedure voor het Hof heeft de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift aangegeven op het verzoek niet te zijn ingegaan omdat belanghebbendes verzoek geen door deze geselecteerde woningen bevatte.
3.2. Op grond van artikel 40 van de Wet WOZ kan de heffingsambtenaar op verzoek het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak verstrekken aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd belang te hebben bij de verkrijging daarvan. Deze bepaling strekt ertoe dat de belastingplichtige bepaalde waardegegevens kan verkrijgen, waarover hij wenst te beschikken om te kunnen controleren of sprake is van een juiste waardevaststelling van zijn onroerende zaak. Gelet op de strekking en bewoordingen van dit artikel dient het verzoek om verstrekking van waardegegevens betrekking te hebben op bepaalde, door de belanghebbende aangewezen onroerende zaken. Dienovereenkomstig spreekt de door belanghebbende ingeroepen "instructie gerechtvaardigd belang" van de Waarderingskamer over "door de verzoeker geselecteerde woningen".
3.3. Belanghebbendes klacht te dezer zake berust uitsluitend op de stelling dat niet hijzelf maar de heffingsambtenaar een selectie van de objecten diende te maken. Die stelling faalt, gelet op het hiervoor in 3.2 overwogene.
3.4. Opmerking verdient dat de heffingsambtenaar, alvorens het verzoek af te wijzen omdat het niet gespecificeerd is, op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel de belanghebbende in de gelegenheid dient te stellen het verzoek binnen een daartoe door hem gestelde termijn te specificeren. Dat die gelegenheid door de heffingsambtenaar niet is geboden, is evenwel door het Hof niet vastgesteld of door één der partijen aangevoerd. In cassatie kan dit punt van feitelijke aard niet worden onderzocht.
3.5. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.A. Streefkerk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2006.
21 april 2006
ME
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 20 augustus 2004, nr. 02/01827, betreffende na te melden beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ).
1. Beschikkingen, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij in één geschrift vervatte beschikkingen de waarde van de onroerende zaken a-straat 1 en 2 te Z voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op ƒ 455.000 (€ 206.470) respectievelijk ƒ 365.000 (€ 165.630).
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk bij in één geschrift vervatte uitspraken de waarden nader vastgesteld op € 186.050 respectievelijk € 152.016.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk heeft een verweerschrift ingediend. Nu dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het door belanghebbende in de bezwaarfase gedane en voor het Hof herhaalde verzoek, om - naast de hem reeds verstrekte waardegegevens van de vergelijkingspanden - drie waardegegevens van vergelijkbare woningen uit de directe omgeving, drie waardegegevens van andere categorieën woningen en drie waardegegevens van woningen op andere locaties te verstrekken, is door de heffingsambtenaar niet gehonoreerd. In de procedure voor het Hof heeft de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift aangegeven op het verzoek niet te zijn ingegaan omdat belanghebbendes verzoek geen door deze geselecteerde woningen bevatte.
3.2. Op grond van artikel 40 van de Wet WOZ kan de heffingsambtenaar op verzoek het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak verstrekken aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd belang te hebben bij de verkrijging daarvan. Deze bepaling strekt ertoe dat de belastingplichtige bepaalde waardegegevens kan verkrijgen, waarover hij wenst te beschikken om te kunnen controleren of sprake is van een juiste waardevaststelling van zijn onroerende zaak. Gelet op de strekking en bewoordingen van dit artikel dient het verzoek om verstrekking van waardegegevens betrekking te hebben op bepaalde, door de belanghebbende aangewezen onroerende zaken. Dienovereenkomstig spreekt de door belanghebbende ingeroepen "instructie gerechtvaardigd belang" van de Waarderingskamer over "door de verzoeker geselecteerde woningen".
3.3. Belanghebbendes klacht te dezer zake berust uitsluitend op de stelling dat niet hijzelf maar de heffingsambtenaar een selectie van de objecten diende te maken. Die stelling faalt, gelet op het hiervoor in 3.2 overwogene.
3.4. Opmerking verdient dat de heffingsambtenaar, alvorens het verzoek af te wijzen omdat het niet gespecificeerd is, op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel de belanghebbende in de gelegenheid dient te stellen het verzoek binnen een daartoe door hem gestelde termijn te specificeren. Dat die gelegenheid door de heffingsambtenaar niet is geboden, is evenwel door het Hof niet vastgesteld of door één der partijen aangevoerd. In cassatie kan dit punt van feitelijke aard niet worden onderzocht.
3.5. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.A. Streefkerk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2006.