Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AV6026

2006-06-09 Civiel recht C05/084HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-06-09
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/084HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 359 | RvdW 2006, 599 | JWB 2006/196

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Geschil over de vraag of een leverancier van ondeugdelijk plantenmateriaal zich jegens zijn afnemer kan beroepen op een in de algemene voorwaarden van de leverancier opgenomen exoneratieclausule (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.235 tekens)
9 juni 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/084HR
JMH


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,


t e g e n


WEST PLANT LIMBURG B.V.,
gevestigd te Venlo,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 27 december 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: WPL - gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, WPL te veroordelen om tegen deugdelijk bewijs van finale kwijting aan hem te betalen een bedrag van DM. 39.186,42 (€ 20.035,70), te vermeerderen met de wettelijke rente over gemeld bedrag vanaf 7 oktober 2001 tot aan de dag der algehele voldoening.
WPL heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 7 maart 2002 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 3 oktober 2002 WPL veroordeeld om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 19.583,99, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 oktober 2001, WPL veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiser] en dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen het eindvonnis heeft WPL hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 3 februari 2004 heeft het hof WPL tot het leveren van tegenbewijs toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft het hof bij eindarrest van 9 november 2004 het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] alsnog afgewezen en [eiser] veroordeeld in de proceskosten van WPL in beide instanties.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
WPL heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 30 maart 2006 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WPL begroot op € 661,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juni 2006.