Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AV0846

2006-07-14 Bestuursrecht; Belastingrecht 42125
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-07-14
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
42125
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | FED 2006/103 met annotatie van P. VAN DER WAL | BNB 2006/321 met annotatie van Zwemmer | V-N 2006/39.14 | NTFR 2006/1033 met annotatie van Prof. dr. S.J.C. Hemels | FutD 2006-1300 | Viditax (FutD) 2006071407

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ondernemerschap, verbondenheid voor verbintenissen betreffende de onderneming.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.065 tekens)
Nr. 42.125
14 juli 2006
RvS


gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 april 2005, nr. 04/00565, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof


Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.832, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 21 december 2005 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende belastbare winst uit onderneming geniet. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende, nu zij niet rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming, die winst niet geniet als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet IB 2001 (hierna: de Wet), maar als medegerechtigde tot het ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 3.3, lid 1, letter a, van de Wet. Tegen dit oordeel keert zich het middel.


3.2. De vraag of een belastingplichtige die winst uit onderneming geniet rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming, dient, zoals het Hof met juistheid als uitgangspunt heeft genomen, te worden beantwoord naar de regels van burgerlijk recht.
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende de onderhavige onderneming. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet op hetgeen het Hof in de onderdelen 5.9 en 5.10 van zijn uitspraak heeft overwogen, is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk. Het middel faalt derhalve.


4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, de vice-president D.G. van Vliet, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2006.