Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AU8330

2006-02-24 Civiel recht; Personen- en familierecht R05/109HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-02-24
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R05/109HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 122 | RvdW 2006, 235 | JWB 2006/74

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Geschil tussen ex-echtelieden over partneralimentatie, vaststelling van draagkracht (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.932 tekens)
24 februari 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/109HR
RM


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De man],
VERZOEKER tot cassatie,
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,


t e g e n


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.


1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 31 maart 2004 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 28 maart 2002 in dier voege te wijzigen dat de onderhoudsbijdrage ten behoeve van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 1 januari 2004 op € 523,-- per maand wordt gesteld.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 29 september 2004 voormelde beschikking van het gerechtshof te Amsterdam in zoverre gewijzigd dat de man met ingang van de datum van deze beschikking € 1.170,-- per maand aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal dienen te betalen, deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 12 mei 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, met wijziging van de beschikking van dit hof van 28 maart 2002 de door de man te betalen uitkering tot het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 29 september 2004 op € 1.358,-- per maand bepaald en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof van 12 mei 2005 is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen laatstvermelde beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel, en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 februari 2006.