Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AU7510

2006-02-17 Civiel recht C05/038HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-02-17
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C05/038HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 118 | RvdW 2006, 212 | JWB 2006/70

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Geschil over de vraag of een schadeverzekeringsovereenkomst moet worden aangemerkt als een polis met voortaxatie door deskundigen als bedoeld in art. 275 K (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.892 tekens)
17 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/038HR
JMH/RM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,


t e g e n


NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 31 augustus 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Nationale-Nederlanden - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nationale-Nederlanden te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 201.000,-- ofwel € 91.209,82 in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 april 1999 dan wel 12 september 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, het een en ander tegen finale kwijting, met veroordeling van Nationale-Nederlanden in de proceskosten.
Nationale-Nederlanden heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 20 november 2002 het door [eiser] gevorderde afgewezen.
Tegen het vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 5 oktober 2004 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Nationale-Nederlanden heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 15 december 2005 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden begroot op € 2.081,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.