Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2005:AT9183

2005-09-09 Civiel recht C04/162HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2005-09-09
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C04/162HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2005, 472 | JWB 2005/295

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

9 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/162HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n 1. [Verweerder 1] en 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. F.E. Vermeulen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.366 tekens)
9 september 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/162HR
JMH


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,


t e g e n


1. [Verweerder 1] en
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 7 juni 2001 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
A. te verklaren voor recht dat [eiser] krachtens verjaring eigenaar is van de strook grond die zich blijkens de kadastrale inmeting van 3 september 1996 bevindt tussen zijn perceel aan de [a-straat 1] te [woonplaats] en de noordgevel van de woonboerderij van [verweerder] c.s. aan het [b-straat 1-3] te [woonplaats], verlopend van circa 52 centimeter aan de zijde van het [b-straat] te [woonplaats] tot circa 45 centimeter aan het andere uiteinde van de boerderij van [verweerder] c.s.;
B. [verweerder] c.s. te bevelen het door hen boven het perceel van [eiser] aangebrachte deurtje met ophangconstructie c.a. binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van ƒ 500,-- per dag voor iedere dag dat zij nalaten aan dit bevel te voldoen;
C. [verweerder] c.s. te bevelen te gehengen en te gedogen dat [eiser] de wand van de schuur gelegen op zijn perceel aan de zijde van het [b-straat] te [woonplaats], tot aan de boerderij van [verweerder] c.s., weer in de oorspronkelijke staat terugbrengt, door de aanwezige wand van de schuur weer door te trekken tot aan hun boerderij, op straffe van een dwangsom van ƒ 500,-- per dag, voor iedere dag dat zij nalaten aan dit bevel te voldoen;
D. [verweerder] c.s. te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting bij wijze van schadevergoeding aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 2.500,-- inclusief B.T.W., zijnde de kosten voor het herstel van de wand van de schuur in de oorspronkelijke staat;
E. [verweerder] c.s. te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van ƒ 3.698,89 inclusief B.T.W. aan buitengerechtelijke kosten;
F. [verweerder] c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure.



[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 september 2002 de vorderingen toegewezen.
Tegen dit vonnis hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 5 februari 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot verwerping van het beroep.
Partijen hebben van schriftelijke toelichting afgezien.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 mei 2005 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep.
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op heden aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 9 september 2005.