Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2005:AS1867
2005-02-15
Strafrecht
02641/04 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2005:AS1867 → ECLI:NL:PHR:2005:AS1867
Inhoudsindicatie
Herziening
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.388 tekens)
15 februari 2005
Strafkamer
nr. 02641/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 26 augustus 2002, nummer 17/020591-02, ingediend door mr. W.J. Ausma, advocaat te Nieuwegein namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat niet hij, maar zijn broer het bewezenverklaarde feit heeft begaan en dat deze bij zijn aanhouding tegenover de politie de personalia van de aanvrager heeft opgegeven.
3. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aanvullend proces-verbaal opgemaakt op 23 augustus 2002, dat op 26 augustus 2002 op het Arrondissementsparket te Leeuwarden is ingekomen en het volgende inhoudt:
"Ik, [verbalisant 1], agent van politie, dienstdoende bij Team Zwette-Aldlan, verklaar naar aanleiding van het volgende:
Op 16 augustus 2002 ontving verbalisant een schrijven van het Korps Landelijke Politiediensten afdeling Dactyloscopie. Dit schrijven werd verstuurd na verzoek tot vaststelling van de identiteit van een verdachte welke opgaf te zijn:
[Aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].
Uitslag van het dactyloscopisch onderzoek gaf als resultaat dat de verdachte een valse naam op gaf. Naar de verdachte werd een onderzoek ingesteld nadat hij was aangehouden in een auto welke bij navraag gestolen was in Leeuwarden. (zaaknr. 2002048590)
Verdachte blijkt na onderzoek van identieke vingerafdrukken voor te komen als:
[Betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats]."
4.2. Uit de stukken van het geding volgt voorts dat het X-pol registratienummer 2002048590 is toebedeeld aan het dossier in de zaak tegen de aanvrager met parketnummer 17/020591-02.
4.3. De inhoud van het aanvullend proces-verbaal geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van persoonsverwisseling.
4.4. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met die omstandigheid bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 26 augustus 2002;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 15 februari 2005.
Strafkamer
nr. 02641/04 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 26 augustus 2002, nummer 17/020591-02, ingediend door mr. W.J. Ausma, advocaat te Nieuwegein namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat niet hij, maar zijn broer het bewezenverklaarde feit heeft begaan en dat deze bij zijn aanhouding tegenover de politie de personalia van de aanvrager heeft opgegeven.
3. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aanvullend proces-verbaal opgemaakt op 23 augustus 2002, dat op 26 augustus 2002 op het Arrondissementsparket te Leeuwarden is ingekomen en het volgende inhoudt:
"Ik, [verbalisant 1], agent van politie, dienstdoende bij Team Zwette-Aldlan, verklaar naar aanleiding van het volgende:
Op 16 augustus 2002 ontving verbalisant een schrijven van het Korps Landelijke Politiediensten afdeling Dactyloscopie. Dit schrijven werd verstuurd na verzoek tot vaststelling van de identiteit van een verdachte welke opgaf te zijn:
[Aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats].
Uitslag van het dactyloscopisch onderzoek gaf als resultaat dat de verdachte een valse naam op gaf. Naar de verdachte werd een onderzoek ingesteld nadat hij was aangehouden in een auto welke bij navraag gestolen was in Leeuwarden. (zaaknr. 2002048590)
Verdachte blijkt na onderzoek van identieke vingerafdrukken voor te komen als:
[Betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats]."
4.2. Uit de stukken van het geding volgt voorts dat het X-pol registratienummer 2002048590 is toebedeeld aan het dossier in de zaak tegen de aanvrager met parketnummer 17/020591-02.
4.3. De inhoud van het aanvullend proces-verbaal geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van persoonsverwisseling.
4.4. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met die omstandigheid bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 26 augustus 2002;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 15 februari 2005.