Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2004:AR4761
2004-10-29
Bestuursrecht; Belastingrecht
40296
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Dochtervennootschap verstrekt bodemlozeputlening aan moedervennootschap; onttrekking.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (67)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:4485 Rechtbank Gelderland 24-04-2026
- ECLI:NL:RBGEL:2026:4484 Rechtbank Gelderland 24-04-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3620 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-12-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:3019 Gerechtshof Den Haag 29-10-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:6003 Rechtbank Gelderland 24-07-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:6002 Rechtbank Gelderland 24-07-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5298 Rechtbank Gelderland 04-07-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5301 Rechtbank Gelderland 04-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:583 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:442 Parket bij de Hoge Raad 25-04-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1928 Gerechtshof Amsterdam 11-07-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6776 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:733 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4181 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-06-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:1132 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21-02-2023
- ECLI:NL:HR:2023:26 Hoge Raad 13-01-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4747 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13-12-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4747 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13-12-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:8889 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-10-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:8889 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-10-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5360 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-09-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:7635 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-09-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2012 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-06-2022
- ECLI:NL:OGHACMB:2022:32 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 31-03-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:658 Rechtbank Gelderland 08-02-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:66 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-01-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:66 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-01-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6660 Rechtbank Gelderland 13-12-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:7156 Rechtbank Gelderland 13-12-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6667 Rechtbank Gelderland 13-12-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6659 Rechtbank Gelderland 13-12-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:6294 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-06-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:6062 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-06-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:3347 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-04-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:1975 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:288 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:736 Rechtbank Noord-Nederland 11-03-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:272 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:273 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:273 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:273 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:272 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:272 Gerechtshof Den Haag 02-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2020:2751 Gerechtshof Den Haag 01-12-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:2751 Gerechtshof Den Haag 01-12-2020
- ECLI:NL:OGEAA:2020:454 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 06-11-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:3061 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-07-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:2879 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-04-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:2879 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-04-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:1132 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-03-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1028 Rechtbank Den Haag 09-01-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1127 Rechtbank Den Haag 09-01-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1127 Rechtbank Den Haag 09-01-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1028 Rechtbank Den Haag 09-01-2020
- ECLI:NL:HR:2019:1618 Hoge Raad 25-10-2019
- ECLI:NL:RBGEL:2019:894 Rechtbank Gelderland 04-03-2019
- ECLI:NL:GHARL:2018:6154 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-07-2018
- ECLI:NL:RBGEL:2018:1304 Rechtbank Gelderland 22-03-2018
- ECLI:NL:RBGEL:2017:6185 Rechtbank Gelderland 05-12-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:2185 Rechtbank Gelderland 19-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.824 tekens)
Nr. 40.296
29 oktober 2004
PV
gewezen het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 augustus 2003, nr. 02/04241, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 1.375.659, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. T.C. van Wagensveld, advocaat te Amsterdam.
3. Beoordeling van de middelen
Het Hof heeft geoordeeld dat het belanghebbende ten tijde van het verstrekken van de lening duidelijk moet zijn geweest dat de moedermaatschappij in een zodanige financiële positie verkeerde dat zij de van belanghebbende ontvangen lening niet zou kunnen terugbetalen en dat dientengevolge het bedrag van de lening, voorzover dit uitging boven de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de moedermaatschappij, als een onttrekking moet worden aangemerkt.
Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Indien een vennootschap aan haar aandeelhouder een lening verstrekt waarvan aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden afgelost, moet deze lening worden aangemerkt als een onttrekking. Het bedrag van de lening heeft dan immers het vermogen van de vennootschap definitief verlaten. Dit wordt niet anders indien het bedrag van de lening kan worden verrekend met een toekomstige dividenduitkering. Op het hiervoor overwogene stuiten de middelen in hun geheel af.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2004.
29 oktober 2004
PV
gewezen het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 augustus 2003, nr. 02/04241, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 1.375.659, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. T.C. van Wagensveld, advocaat te Amsterdam.
3. Beoordeling van de middelen
Het Hof heeft geoordeeld dat het belanghebbende ten tijde van het verstrekken van de lening duidelijk moet zijn geweest dat de moedermaatschappij in een zodanige financiële positie verkeerde dat zij de van belanghebbende ontvangen lening niet zou kunnen terugbetalen en dat dientengevolge het bedrag van de lening, voorzover dit uitging boven de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de moedermaatschappij, als een onttrekking moet worden aangemerkt.
Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Indien een vennootschap aan haar aandeelhouder een lening verstrekt waarvan aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden afgelost, moet deze lening worden aangemerkt als een onttrekking. Het bedrag van de lening heeft dan immers het vermogen van de vennootschap definitief verlaten. Dit wordt niet anders indien het bedrag van de lening kan worden verrekend met een toekomstige dividenduitkering. Op het hiervoor overwogene stuiten de middelen in hun geheel af.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2004.