Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AR1235

2004-11-12 Civiel recht; Personen- en familierecht R04/065HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-11-12
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R04/065HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 580 | JWB 2004/382

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/065HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de zoon], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n [de moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.597 tekens)
12 november 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/065HR
RM


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de zoon], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

[de moeder], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 25 februari 2003 ter griffie van de rechtbank te Groningen, sector kanton, ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de zoon - zich gewend tot de kantonrechter aldaar en verzocht verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - te ontslaan als mentor en [betrokkene 1] te benoemen als nieuwe mentor.
Ter terechtzitting van 10 maart 2003 heeft de kantonrechter de zoon, de moeder en [betrokkene 1] gehoord. De moeder heeft het verzoek bestreden en verzocht de beslissing op het verzoek van de zoon zes maanden aan te houden. De zoon heeft de kantonrechter verzocht een beslissing te nemen.
De kantonrechter heeft bij beschikking van 24 maart 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de zoon hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. In hoger beroep heeft hij verzocht de moeder als mentor te ontslaan en (primair) [betrokkene 1], dan wel (subsidiair) [betrokkene 2] tot mentor te benoemen.
Bij beschikking van 18 februari 2004 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft de zoon beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 12 november 2004.