Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AP1381

2004-06-11 Bestuursrecht; Belastingrecht 39584
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-06-11
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
39584
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | FED 2004/436 met annotatie van J.H.M. ARTS | BNB 2005/150 | FED 2004/337 | WFR 2004/952, 1 | Belastingadvies 2004/13.6 | V-N 2004/30.12 met annotatie van Redactie | NTFR 2004/924 met annotatie van E. de Vries

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Winst uit aanmerkelijk belang. Informeel kapitaal. Interne compensatie.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.736 tekens)
Nr. 39.584
11 juni 2004
WM


gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 maart 2003, nr. P02/02410, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof


Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 790.646, waarvan een bedrag van ƒ 729.750 belast naar het tarief van artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.


3. Beoordeling van de middelen

3.1. Middel III klaagt erover dat het Hof na te hebben geoordeeld dat belanghebbende ten minste een bedrag groot ƒ 49.785 aan H BV heeft onttrokken en als informeel kapitaal heeft gestort in F BV, verzuimd heeft de verkrijgingsprijs van de aandelen van belanghebbende in laatstgenoemde vennootschap met dat bedrag te verhogen. Het middel is gegrond. Het kan echter niet tot cassatie leiden. Uitgaande van de naar het progressieve tarief belaste onttrekking ter grootte van ƒ 49.785 ten laste van H BV en de verhoging van de verkrijgingsprijs van de aandelen in F BV, is de aanslag niet naar een te hoog bedrag opgelegd.

3.2. De overige middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2004.