Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2004:AP1375
2004-06-11
Bestuursrecht; Belastingrecht
39467
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2004:AP1375 → ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6345
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Taxatierapporten belanghebbende.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (73)
- ECLI:NL:GHARL:2026:5439 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-08-2026
- ECLI:NL:RBNNE:2026:1669 Rechtbank Noord-Nederland 12-05-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:1013 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17-02-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:4764 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-07-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2024:322 Gerechtshof Den Haag 05-03-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:231 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:241 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:502 Rechtbank Noord-Holland 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:236 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:242 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:232 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2023:5900 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-07-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:1273 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-02-2023
- ECLI:NL:GHARL:2022:8891 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-10-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3133 Rechtbank Noord-Nederland 31-08-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3139 Rechtbank Noord-Nederland 31-08-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3135 Rechtbank Noord-Nederland 31-08-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:2977 Rechtbank Rotterdam 23-02-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:563 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-02-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2022:657 Rechtbank Amsterdam 16-02-2022
- ECLI:NL:RBOBR:2022:482 Rechtbank Oost-Brabant 16-02-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2021:5456 Rechtbank Noord-Nederland 23-12-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:11834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-12-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:9185 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-09-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:9184 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-09-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1235 Rechtbank Overijssel 23-03-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:716 Rechtbank Overijssel 18-02-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:56 Gerechtshof Den Haag 19-01-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4436 Rechtbank Midden-Nederland 19-10-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:7156 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-09-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1326 Rechtbank Den Haag 31-01-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3109 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-07-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1719 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25-04-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-02-2019
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4842 Rechtbank Overijssel 18-12-2018
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4840 Rechtbank Overijssel 13-12-2018
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4463 Rechtbank Overijssel 22-11-2018
- ECLI:NL:RBOVE:2018:2653 Rechtbank Overijssel 24-07-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:2470 Rechtbank Noord-Nederland 05-07-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:4381 Rechtbank Rotterdam 06-06-2018
- ECLI:NL:RBOVE:2018:1297 Rechtbank Overijssel 18-04-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:739 Rechtbank Noord-Nederland 06-03-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:780 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-01-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:394 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-01-2018
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3552 Rechtbank Overijssel 12-09-2017
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3541 Rechtbank Overijssel 12-09-2017
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3413 Rechtbank Overijssel 31-08-2017
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2880 Rechtbank Overijssel 18-07-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:4778 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-06-2017
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2172 Rechtbank Overijssel 24-05-2017
- ECLI:NL:GHARL:2016:9999 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-12-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2512 Gerechtshof Den Haag 24-08-2016
- ECLI:NL:RBGEL:2016:3835 Rechtbank Gelderland 15-07-2016
- ECLI:NL:GHARL:2016:2293 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-03-2016
- ECLI:NL:GHARL:2016:1691 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-03-2016
- ECLI:NL:RBOVE:2016:680 Rechtbank Overijssel 26-02-2016
- ECLI:NL:GHARL:2015:7652 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-10-2015
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4182 Rechtbank Overijssel 08-09-2015
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4175 Rechtbank Overijssel 08-09-2015
- ECLI:NL:GHARL:2015:4469 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-06-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (3.761 tekens)
Nr. 39.467
11 juni 2004
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 19 maart 2003, nr. BK-02/00406, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaken a-straat 1, 2 en 3 te Q voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op respectievelijk ƒ 116.000, ƒ 116.000 en ƒ 128.000.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de directeur van de Dienst Algemene Zaken van de gemeente Leeuwarden bij uitspraak de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 nader vastgesteld op ƒ 111.000 en de beschikking voor het overige gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
3.1. Het Hof is bij zijn waardering van de door belanghebbende overgelegde taxatierapporten (onderdeel 3.7 van zijn uitspraak) uitgegaan van de opvatting dat daaraan geen dan wel minder betekenis kan worden toegekend omdat uit die taxatierapporten niet blijkt dat de waarden zijn bepaald door middel van een in de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Uitvoeringsregeling) voorgeschreven methode. Voorts heeft het Hof een door belanghebbende gedaan beroep op statistische informatie gepasseerd (onderdeel 3.8 van zijn uitspraak) op de grond dat de waarden dienen te worden bepaald op een wijze als bedoeld in de Uitvoeringsregeling, waaronder niet is begrepen een methode op basis van (bedoeld zal zijn:) statistische gegevens in samenhang met stijgingspercentages.
3.2. Aldus heeft het Hof miskend dat de in de Uitvoeringsregeling neergelegde regels voor de onderbouwing en uitvoering van de waardebepaling weliswaar hulpmiddelen bevatten om te bereiken dat het wettelijke waardebegrip van artikel 17, lid 2, van de Wet waardering onroerende zaken wordt gehanteerd, maar dat de toetssteen uiteindelijk de waarde blijft zoals in dat artikellid omschreven, en dat die waarde ook op andere manieren kan worden bepaald (HR 29 november 2000, nr. 35797, BNB 2001/52).
3.3. 's Hofs uitspraak kan derhalve niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten van belanghebbende behoeven geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Leeuwarden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2004.
11 juni 2004
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 19 maart 2003, nr. BK-02/00406, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaken a-straat 1, 2 en 3 te Q voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op respectievelijk ƒ 116.000, ƒ 116.000 en ƒ 128.000.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de directeur van de Dienst Algemene Zaken van de gemeente Leeuwarden bij uitspraak de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 nader vastgesteld op ƒ 111.000 en de beschikking voor het overige gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
3.1. Het Hof is bij zijn waardering van de door belanghebbende overgelegde taxatierapporten (onderdeel 3.7 van zijn uitspraak) uitgegaan van de opvatting dat daaraan geen dan wel minder betekenis kan worden toegekend omdat uit die taxatierapporten niet blijkt dat de waarden zijn bepaald door middel van een in de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Uitvoeringsregeling) voorgeschreven methode. Voorts heeft het Hof een door belanghebbende gedaan beroep op statistische informatie gepasseerd (onderdeel 3.8 van zijn uitspraak) op de grond dat de waarden dienen te worden bepaald op een wijze als bedoeld in de Uitvoeringsregeling, waaronder niet is begrepen een methode op basis van (bedoeld zal zijn:) statistische gegevens in samenhang met stijgingspercentages.
3.2. Aldus heeft het Hof miskend dat de in de Uitvoeringsregeling neergelegde regels voor de onderbouwing en uitvoering van de waardebepaling weliswaar hulpmiddelen bevatten om te bereiken dat het wettelijke waardebegrip van artikel 17, lid 2, van de Wet waardering onroerende zaken wordt gehanteerd, maar dat de toetssteen uiteindelijk de waarde blijft zoals in dat artikellid omschreven, en dat die waarde ook op andere manieren kan worden bepaald (HR 29 november 2000, nr. 35797, BNB 2001/52).
3.3. 's Hofs uitspraak kan derhalve niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten van belanghebbende behoeven geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Leeuwarden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2004.