Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AP0436

2004-09-17 Civiel recht C03/134HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-09-17
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C03/134HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 456 | JWB 2004/318

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

17 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/134HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [De dochter], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma. 1. Het geding in voorgaande instanties...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.798 tekens)
17 september 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/134HR
JMH/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


[De vader],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,


t e g e n


[De dochter],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.


1. Het geding in voorgaande instanties


Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerster in cassatie - verder te noemen: de dochter - en thans eiser tot cassatie - verder te noemen: de vader - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 8 september 2000, nr. C99/250, NJ 2001, 2. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 april 1999 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam.
Na conclusiewisseling na verwijzing heeft het hof te Amsterdam bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest van 9 januari 2003 het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 20 augustus 1997, waarvan beroep, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vader veroordeeld om tegen kwijting aan de dochter te betalen € 90.756,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 1996.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het tweede geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De dochter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 9 juni 2004 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de vader in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de dochter begroot op € 2.358,07 in totaal, waarvan € 2.251,07 op de voet van art. 243 lid 1 Rv. te voldoen aan de Griffier en € 107,-- aan de dochter.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 september 2004.