Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2004:AN8906

2004-01-30 Civiel recht C03/001HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-01-30
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C03/001HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 51 | JWB 2004/28

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C03/001HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen, t e g e n de vennootschap naar de plaats van haar vestiging ALTAI LEVENSMIDDELEN CORPORATIE, gevestigd te Barnaul, Russische Federatie, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.066 tekens)
30 januari 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/001HR
JMH/AT


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen,

t e g e n

de vennootschap naar de plaats van haar vestiging ALTAI LEVENSMIDDELEN CORPORATIE, gevestigd te Barnaul, Russische Federatie,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders.

1. Het geding in feitelijke instanties


Verweerster in cassatie - verder te noemen: ALC - en Gewest Altai, gevestigd te Barnaul, Russische Federatie, hierna: het Gewest, hebben bij exploten van 21 en 22 september 1998 onder anderen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, voorzover wettelijk mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hen hoofdelijk te veroordelen aan ALC te betalen een bedrag van ƒ 60.000.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 14 februari 2001 voorzover in cassatie van belang [eiser] veroordeeld aan ALC te betalen een bedrag van US$ 8.041.177,98, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 1998 tot de dag der algehele voldoening en de vordering van het Gewest tegen [eiser] alsmede het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 22 augustus 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof voorzover gewezen tussen hem en ALC heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ALC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ALC begroot op € 4.607,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 30 januari 2004.