Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2003:AI0270
2003-10-03
Civiel recht
C02/073HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2003:AI0270 → ECLI:NL:PHR:2003:AI0270
Inhoudsindicatie
3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/073HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:OGHACMB:2020:262 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17-11-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.656 tekens)
3 oktober 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/073HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 29 december 1997 verweerders in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Assen en, voor zover in cassatie van belang, gevorderd [verweerder] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van ƒ 5.975,-- terzake van verrekening pensioenrechten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van de algehele betaling.
Verweerster in cassatie sub 1 heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 4 mei 1999 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 10 oktober 2001 heeft het hof, voor zover in cassatie van belang, het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de advocaat-generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, E.J. Numann en F.B. Bakels en en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 3 oktober 2003.
Eerste Kamer
Nr. C02/073HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 29 december 1997 verweerders in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Assen en, voor zover in cassatie van belang, gevorderd [verweerder] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van ƒ 5.975,-- terzake van verrekening pensioenrechten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van de algehele betaling.
Verweerster in cassatie sub 1 heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 4 mei 1999 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 10 oktober 2001 heeft het hof, voor zover in cassatie van belang, het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de advocaat-generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, E.J. Numann en F.B. Bakels en en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 3 oktober 2003.