Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2003:AF9463
2003-07-08
Strafrecht
02249/02 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2003:AF9463 → ECLI:NL:PHR:2003:AF9463
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek. Hof heeft klaagster n-o verklaard in hoger beroep tegen beschikking Rb, waarbij wrakingsverzoek is afgewezen. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Ingevolge art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Klaagster n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.849 tekens)
8 juli 2003
Strafkamer
nr. 02249/02 B
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2003.
Strafkamer
nr. 02249/02 B
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2003.