Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AF0222

2002-12-20 Civiel recht R02/071HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-12-20
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R02/071HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2002, 702 | JWB 2002/478

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.422 tekens)
20 december 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/071HR
JMH


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie.

1. Het geding in feitelijke instantie


[Eiseres], wonende te [woonplaats], heeft als eiseres in eerste aanleg bij exploit van 6 november 2001 verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - gedagvaard te verschijnen voor de Rechtbank te Dordrecht, sector Kanton, en de Kantonrechter aldaar verzocht [verzoekster] te veroordelen tot betaling aan haar van (1) het pro-resto bedrag van ƒ 961,98, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juli 2001, en (2) een bedrag van ƒ 144,30 aan buitengerechtelijke kosten.
[Verzoekster] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 16 mei 2002 [verzoekster] veroordeeld tot betaling aan eiseres van een bedrag van (ƒ 961,98) € 436,52, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juli 2001, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het vonnis van de Kantonrechter is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het vonnis van de Kantonrechter heeft [verzoekster] bij brief van 15 augustus 2002 beroep in cassatie ingesteld en vernietiging van voormeld vonnis verzocht. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar beroep.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


Het onderhavige in een brief neergelegde verzoek strekt kennelijk ertoe beroep in cassatie in te stellen van het hiervoor in 1 vermelde vonnis van de Kantonrechter. Dit vonnis is gewezen in een dagvaardingsprocedure, zodat het ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv. bij dagvaarding moet worden ingeleid.
Nu zulks niet is gebeurd, dient [verzoekster] in haar beroep niet-ontvankelijk verklaard te worden.


4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 december 2002.