Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2002:AE4087
2002-09-27
Civiel recht
C01/072HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2002:AE4087 → ECLI:NL:PHR:2002:AE4087
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.870 tekens)
27 september 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/072HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats], Canada,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 22 juli 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te gebieden, binnen zeven dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, over te gaan tot ondertekening van de door een notariskantoor opgestelde koopovereenkomst en mee te werken aan de eigendomsoverdracht van de onroerende zaak [a-straat] nr. [1] te [woonplaats] tegen betaling van de koopsom ten bedrage van ƒ 1.075.000,--, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 25.000,-- per dag, dan wel een gedeelte van een dag dat [eiser] in gebreke blijft aan genoemd bevel te voldoen.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De President van de Rechtbank heeft bij vonnis van 27 juli 2000 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 15 februari 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van [verweerster] alsnog toegewezen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raads- heren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 27 september 2002.
Eerste Kamer
Nr. C01/072HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats], Canada,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 22 juli 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te gebieden, binnen zeven dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, over te gaan tot ondertekening van de door een notariskantoor opgestelde koopovereenkomst en mee te werken aan de eigendomsoverdracht van de onroerende zaak [a-straat] nr. [1] te [woonplaats] tegen betaling van de koopsom ten bedrage van ƒ 1.075.000,--, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 25.000,-- per dag, dan wel een gedeelte van een dag dat [eiser] in gebreke blijft aan genoemd bevel te voldoen.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De President van de Rechtbank heeft bij vonnis van 27 juli 2000 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 15 februari 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van [verweerster] alsnog toegewezen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raads- heren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 27 september 2002.