Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AE2511

2002-08-09 Civiel recht; Personen- en familierecht R02/004HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-08-09
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R02/004HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2002, 428 | JWB 2002/284

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.975 tekens)
9 augustus 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/004HR
WS


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

[De vrouw], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 10 november 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. echtscheiding tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - uit te spreken;
B. een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige kinderen [de zoon] en [de dochter] te bepalen zoals in het verzoekschrift is omschreven.



De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en voor zover in cassatie van belang zelfstandig verzocht de man te veroordelen tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen tot een bedrag van ƒ 250,-- per kind en per maand en voor haar levensonderhoud een bijdrage van ƒ 1.500,-- per maand.
De man heeft het alimentatieverzoek van de vrouw bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 5 juli 2000 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage voor haarzelf en voor haar kinderen zoals verzocht toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man wat de beslissing omtrent de alimentatie voor de vrouw betreft hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 8 november 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 9 augustus 2002.