Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AD9610

2002-05-24 Civiel recht C00/252HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-05-24
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C00/252HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2002, 291 | JWB 2002/191

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.158 tekens)
24 mei 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/252HR
JMH


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: voorheen mr. P.M. Iwema, thans mr. V.K.S. Budhu Lall,

t e g e n

[Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. T.H. Tanja-van den Broek.

1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 25 november 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Stichting - gedagvaard voor de Kantonrechter te Eindhoven en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat:
I. te verklaren voor recht dat het op 30 juni 1997 aan [eiser] gegeven ontslag op staande voet nietig is;
II. de Stichting te veroordelen om aan [eiser] te betalen (a) over iedere maand vanaf 1 juli 1997 aan salaris telkens zodra een maand is verstreken een bedrag van ƒ 7.192,-- bruto per maand, te vermeerderen met de vakantietoeslag van 8% totdat de dienstbetrekking rechtsgeldig is beëindigd, (b) de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over het sub a gevorderde, en (c) de wettelijke rente over het sub a en sub b gevorderde vanaf iedere vervaltermijn van iedere loonbetaling;
III. de Stichting te veroordelen tot vergoeding van de kosten die [eiser] heeft gemaakt in de periode van 1 juli 1997, wegens zijn ziekte.



De Stichting heeft de vorderingen gemotiveerd bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 18 februari 1999 de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Hertogenbosch.
Bij vonnis van 28 april 2000 heeft de Rechtbank het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 286,88 aan verschotten € 1.365,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 24 mei 2002.