Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AD9341

2002-05-03 Civiel recht C00/285HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-05-03
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
C00/285HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2002, 278 | JWB 2002/175

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.010 tekens)
3 mei 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/285HR
SB


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.N.A.M. Kester,

t e g e n


1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],


VERWEERDERS in cassatie,


advocaat: aanvankelijk mr. J.B.M.M. Wuisman,
thans mr. J.A.M.A. Sluysmans.


1. Het geding in feitelijke instanties


Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 29 juni 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 199.860,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 1996, althans vanaf 8 mei 1998, meer subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering gemotiveerd bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 september 1998 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 23 december 1998 [eiser] tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen laatstvermeld tussenvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 20 juni 2000 heeft het Hof het bestreden tussenvonnis bekrachtigd en de zaak ter verdere behandeling naar de Rechtbank te 's-Gravenhage verwezen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
[Verweerder] c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 885,87 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 3 mei 2002.