Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2002:AD7799
2002-02-12
Strafrecht
03195/00
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2002:AD7799 → ECLI:NL:PHR:2002:AD7799
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.190 tekens)
12 februari 2002
Strafkamer
nr. 03195/00
ACH/LD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 maart 2000, nummer 21/000707-98, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1920, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Zwolle van 16 februari 1998 - de verdachte ter zake van "smaadschrift" veroordeeld tot een geldboete van éénduizend gulden, subsidiair twintig dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd alsmede de vordering van de benadeelde partij toegewezen, een en ander op de wijze zoals in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Deze heeft diverse geschriften ingediend die evenwel niet kunnen worden aangemerkt als een schriftuur houdende middelen van cassatie.
Namens de benadeelde partij heeft mr. J.W. Helsdingen, als gemachtigde van de benadeelde partij, een schriftuur ingediend die evenwel niet kan worden aangemerkt als een schriftuur houdende middelen van cassatie.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de gemachtigde van de benadeelde
partij op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 12 februari 2002.
Strafkamer
nr. 03195/00
ACH/LD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 maart 2000, nummer 21/000707-98, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1920, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Zwolle van 16 februari 1998 - de verdachte ter zake van "smaadschrift" veroordeeld tot een geldboete van éénduizend gulden, subsidiair twintig dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd alsmede de vordering van de benadeelde partij toegewezen, een en ander op de wijze zoals in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Deze heeft diverse geschriften ingediend die evenwel niet kunnen worden aangemerkt als een schriftuur houdende middelen van cassatie.
Namens de benadeelde partij heeft mr. J.W. Helsdingen, als gemachtigde van de benadeelde partij, een schriftuur ingediend die evenwel niet kan worden aangemerkt als een schriftuur houdende middelen van cassatie.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de gemachtigde van de benadeelde
partij op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 12 februari 2002.