Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2002:AD7379
2002-02-01
Civiel recht
R01/116HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2002:AD7379 → ECLI:NL:PHR:2002:AD7379
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.862 tekens)
1 februari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/116HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr W. van Leuveren.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 september 2000 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie tezamen met zijn echtgenote, [...], - verder te noemen: [verzoeker] (en zijn echtgenote) - zich gewend tot de Rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 22 augustus 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft alleen [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 25 september 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 februari 2002.
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/116HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr W. van Leuveren.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 september 2000 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie tezamen met zijn echtgenote, [...], - verder te noemen: [verzoeker] (en zijn echtgenote) - zich gewend tot de Rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 22 augustus 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft alleen [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 25 september 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 februari 2002.