Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2002:AD5361

2002-01-11 Civiel recht; Personen- en familierecht R01/039HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2002-01-11
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
R01/039HR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2002, 2 | JWB 2002/9

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.397 tekens)
11 januari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/039HR
SB


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. Het geding in feitelijke instanties


Met een op 3 augustus 1999 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: RvdK - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen
- [kind 1] geboren op 29 juli 1993 te [geboorteplaats]
- [kind 2] geboren op 16 juni 1997 te [geboorteplaats] te ontzetten.
De vader heeft het verzoek bestreden ter mondelinge behandeling van het verzoek.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 17 november 1999 de vader ontzet uit het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 11 januari 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De RvdK heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.