Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2001:AD4322

2001-11-06 Strafrecht 02008/99
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2001-11-06
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
02008/99
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2001, 662

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.811 tekens)
6 november 2001
Strafkamer
nr. 02008/99
KD/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 augustus 1999, nummer 20/000560-98, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938, wonende te [woonplaats].


1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 20 oktober 1997, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte ter zake van 1. primair "medeplegen van smaad" veroordeeld tot één maand voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

2. Geding in cassatie


2.1.Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.


2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de verdachte op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak


De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden
vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.


4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier M.I. Veldt-Foglia, en uitgesproken op 6 november 2001.