Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2001:AB3142
2001-09-25
Strafrecht
01938/00 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2001:AB3142 → ECLI:NL:PHR:2001:AB3142
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.748 tekens)
25 september 2001
Strafkamer
nr. 01938/00 B
nf/EDK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 6 december 1999, nummer 15-097704/96, op een verzoek als bedoeld in art. 577b van het Wetboek van Strafvordering ingediend door:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De rechtbank heeft het verzoek tot kwijtschelding,
subsidiair vermindering afgewezen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk zal
verklaren in het beroep.
3.Ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen hoger beroep of beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige hoger
beroep of beroep in cassatie openstaat, kan de
betrokkene in het door hem ingestelde beroep niet worden ontvangen.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren
A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.
Strafkamer
nr. 01938/00 B
nf/EDK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 6 december 1999, nummer 15-097704/96, op een verzoek als bedoeld in art. 577b van het Wetboek van Strafvordering ingediend door:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De rechtbank heeft het verzoek tot kwijtschelding,
subsidiair vermindering afgewezen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk zal
verklaren in het beroep.
3.Ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen hoger beroep of beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige hoger
beroep of beroep in cassatie openstaat, kan de
betrokkene in het door hem ingestelde beroep niet worden ontvangen.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren
A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.