Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2000:AA8404

2000-11-21 Strafrecht 01180/99
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2000-11-21
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
01180/99
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2000, 590

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.873 tekens)
21 november 2000
Strafkamer
nr. 01180/99
ACH/SM



Hoge Raad der Nederlanden


Arrest
op het beroep in cassatie
tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van
29 januari 1999 met parketnummer 15/303186-95 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op
[geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats] (Oostenrijk).


1. De bestreden uitspraak


De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 11 maart 1997 - de verdachte ter zake van “overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijfentwintig gulden, subisidiair twee dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen in
voege als in het arrest vermeld.


2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
Door de benadeelde partij is een geschrift ingediend, waarop de Hoge Raad echter geen acht kan slaan, nu dit geschrift geen middelen over een rechtspunt betreffende de vordering van de benadeelde partij bevat.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd, dat de Hoge Raad het dictum van het vonnis zal verbeteren in dier voege dat van het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt afgesplitst het bedrag voor kosten rechtsbijstand, waarna de vergoeding van deze kosten afzonderlijk wordt toegewezen, en het beroep voor het
overige zal verwerpen.


3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak


3.1. De Rechtbank heeft de verdachte onder meer veroor
deeld tot vergoeding aan de benadeelde partij van “kosten rechtsbijstand”. Uit de gedingstukken blijkt dat die post betrekking heeft op de kosten, die verband houden met op verzoek van de benadeelde partij door de ANWB verrichte pogingen buiten rechte betaling van de verdachte te verkrijgen. Die kosten zijn aan te merken als rechtstreekse schade, veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit.
Derhalve heeft de Rechtbank op juiste gronden de verdachte tot vergoeding van die kosten veroordeeld.



3.2. De Hoge Raad oordeelt ook voor het overige geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 21 november 2000.