Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2000:AA8199
2000-11-03
Civiel recht
C99/112HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2000:AA8199 → ECLI:NL:PHR:2000:AA8199
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2023:989 Parket bij de Hoge Raad 06-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:445 Parket bij de Hoge Raad 08-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:445 Parket bij de Hoge Raad 08-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:445 Parket bij de Hoge Raad 08-04-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.213 tekens)
3 november 2000
Eerste Kamer
Nr. C99/112HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 2 april 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Hertogenbosch en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 1.514,20, te vermeerderen met rente en kosten, een bedrag van ƒ 5.000,-- niet te boven gaand.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 10 september 1998 [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindvonnis van 14 januari 1999 de door [eiser] ingestelde vordering afgewezen.
Beide vonnissen van de Kantonrechter zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent kan [eiser] niet ontvangen worden in zijn beroep.
4. Beslissing.
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 3 november 2000.
Eerste Kamer
Nr. C99/112HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 2 april 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Hertogenbosch en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 1.514,20, te vermeerderen met rente en kosten, een bedrag van ƒ 5.000,-- niet te boven gaand.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 10 september 1998 [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindvonnis van 14 januari 1999 de door [eiser] ingestelde vordering afgewezen.
Beide vonnissen van de Kantonrechter zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent kan [eiser] niet ontvangen worden in zijn beroep.
4. Beslissing.
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 3 november 2000.