Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2000:AA7148
2000-09-20
Bestuursrecht; Belastingrecht
34604
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (86)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:417 Gerechtshof Den Haag 18-02-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2025:973 Gerechtshof Den Haag 21-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:899 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1087 Gerechtshof Den Haag 01-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2779 Gerechtshof Den Haag 30-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:788 Gerechtshof Den Haag 24-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1055 Gerechtshof Den Haag 15-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1054 Gerechtshof Den Haag 15-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:754 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1695 Gerechtshof Den Haag 08-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1694 Gerechtshof Den Haag 20-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2778 Gerechtshof Den Haag 20-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1693 Gerechtshof Den Haag 13-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:535 Gerechtshof Den Haag 13-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:412 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:697 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:697 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:414 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:412 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:429 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:430 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:430 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:432 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:429 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:432 Gerechtshof Den Haag 04-02-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:433 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:132 Gerechtshof Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:32 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:31 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:128 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:163 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:98 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2024:5334 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-08-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:5337 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-08-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:4132 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-06-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:4134 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6768 Rechtbank Den Haag 23-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6767 Rechtbank Den Haag 23-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6765 Rechtbank Den Haag 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2422 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2433 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:537 Gerechtshof Den Haag 21-03-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:586 Gerechtshof Den Haag 21-03-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:2398 Rechtbank Rotterdam 12-03-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:2396 Rechtbank Rotterdam 12-03-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:2404 Rechtbank Rotterdam 12-03-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:2400 Rechtbank Rotterdam 12-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2269 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2267 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1282 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-02-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:782 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-01-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:156 Gerechtshof Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:155 Gerechtshof Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:406 Gerechtshof Den Haag 09-01-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:65 Gerechtshof Den Haag 09-01-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:405 Gerechtshof Den Haag 09-01-2024
- ECLI:NL:RBROT:2023:12735 Rechtbank Rotterdam 28-12-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:12733 Rechtbank Rotterdam 28-12-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:12490 Rechtbank Rotterdam 21-12-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:12529 Rechtbank Rotterdam 20-12-2023
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.502 tekens)
Nr. 34604
20 september 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de Gemeente Meppel tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 juli 1998 betreffende de van de stichting Stichting X te Z wegens de verlening van na te melden administratieve dienst geheven leges.
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof
Van belanghebbende is bij schriftelijke kennisgeving, gedagtekend 6 juni 1997, ter zake van het in kopie vertrekken van stukken een bedrag van f 27,-- aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel (hierna : B en W) is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van B en W in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak alsmede de schriftelijke kennisgeving vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
B en W hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. De onderwerpelijke leges zijn geheven ter zake van de toezending aan belanghebbende, op een door haar ten behoeve van een cliënt gedaan verzoek, van kopieën van stukken welke in een bijstandsprocedure op grond van artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage waren gelegd. Het Hof heeft geoordeeld dat op B en W ingevolge artikel 6:17 Awb de plicht rustte deze stukken kosteloos aan belanghebbende in haar hoedanigheid van gemachtigde toe te zenden.
3.2. Het middel bestrijdt dit oordeel terecht. Artikel 7:4, lid 4, Awb staat een bestuursorgaan immers toe om ter zake van het aan belanghebbenden verstrekken van afschriften van stukken welke in een bezwaarprocedure op grond van het tweede lid van dat artikel ter inzage worden gelegd, een vergoeding in rekening te brengen van ten hoogste de kosten, en onder het verstrekken van afschriften aan belanghebbenden moet hier, anders dan het Hof heeft gemeend, worden begrepen het verstrekken van afschriften aan gemachtigden van belanghebbenden. Het bepaalde in artikel 6:17 Awb doet hieraan niet af omdat dat artikel alleen, voor het geval er een gemachtigde is, regelt aan wie stukken moeten worden gezonden, niet welke stukken moeten worden gezonden, en evenmin een regeling behelst omtrent vergoeding van kosten welke het voldoen aan die verplichting met zich brengt.
3.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De verschuldigdheid van leges is voor het Hof niet op een andere grond dan de hiervoor ondeugdelijk bevonden grond bestreden. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
- bevestigt de uitspraak van B en W.
Dit arrest is op 20 september 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier I. de Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
20 september 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de Gemeente Meppel tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 juli 1998 betreffende de van de stichting Stichting X te Z wegens de verlening van na te melden administratieve dienst geheven leges.
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof
Van belanghebbende is bij schriftelijke kennisgeving, gedagtekend 6 juni 1997, ter zake van het in kopie vertrekken van stukken een bedrag van f 27,-- aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel (hierna : B en W) is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van B en W in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak alsmede de schriftelijke kennisgeving vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
B en W hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. De onderwerpelijke leges zijn geheven ter zake van de toezending aan belanghebbende, op een door haar ten behoeve van een cliënt gedaan verzoek, van kopieën van stukken welke in een bijstandsprocedure op grond van artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage waren gelegd. Het Hof heeft geoordeeld dat op B en W ingevolge artikel 6:17 Awb de plicht rustte deze stukken kosteloos aan belanghebbende in haar hoedanigheid van gemachtigde toe te zenden.
3.2. Het middel bestrijdt dit oordeel terecht. Artikel 7:4, lid 4, Awb staat een bestuursorgaan immers toe om ter zake van het aan belanghebbenden verstrekken van afschriften van stukken welke in een bezwaarprocedure op grond van het tweede lid van dat artikel ter inzage worden gelegd, een vergoeding in rekening te brengen van ten hoogste de kosten, en onder het verstrekken van afschriften aan belanghebbenden moet hier, anders dan het Hof heeft gemeend, worden begrepen het verstrekken van afschriften aan gemachtigden van belanghebbenden. Het bepaalde in artikel 6:17 Awb doet hieraan niet af omdat dat artikel alleen, voor het geval er een gemachtigde is, regelt aan wie stukken moeten worden gezonden, niet welke stukken moeten worden gezonden, en evenmin een regeling behelst omtrent vergoeding van kosten welke het voldoen aan die verplichting met zich brengt.
3.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De verschuldigdheid van leges is voor het Hof niet op een andere grond dan de hiervoor ondeugdelijk bevonden grond bestreden. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
- bevestigt de uitspraak van B en W.
Dit arrest is op 20 september 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier I. de Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.