Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2000:AA4243

2000-01-11 Strafrecht 111799
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2000-01-11
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
111799
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.471 tekens)
11 januari 2000
Strafkamer
nr. 111799



Hoge Raad der Nederlanden
Arrest



op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen
arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 juni 1993 in de
strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Lelystad" te Lelystad.


1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 21 februari 1991 - de verdachte ter zake van 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen", 2. "opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen", 3. en 4. telkens opleverende: "medeplichtigheid aan: diefstal" veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf.


2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de bestreden uitspraak voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan zal worden vernietigd, dat de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf zal verminderen, met verwerping van het beroep voor het overige.


3. Procesgang


De verdachte is bij het bestreden arrest, dat op 25 juni 1993 is gewezen, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Volgens een daarvan opgemaakt akte is dat arrest - overeenkomstig art. 366, eerste lid, (oud), Sv dat in een geval als het onderhavige betekening in persoon niet voorschrijft - op 1 december 1993 op de voet van art. 588, vijfde lid (oud), Sv aan de verdachte betekend.


4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voor-zitter, en de raadsheren Koster en Van Buchem-Spapens, in bijzijn van de waarnemend-griffier Mos, en uitgesproken op 11 januari 2000.