Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:1998:ZD1270

1998-09-01 Strafrecht 107.436
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
1998-09-01
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
107.436
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 1999, 61

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Gebruik van verdovende middelen in liftportaal van parkeergarage, art. 54 (oud) APV Amsterdam. Is APV-bepaling verbindend, nu deze in strijd is met ‘’lex certa-beginsel”? Rb heeft geoordeeld dat bewezenverklaarde overtreding oplevert van art. 54 (oud) APV Amsterdam. In vonnis besloten liggend oordeel dat art. 54 niet onverbindend is, geeft niet blijk van verkeerde rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat art. 54 niet in strijd is met art. 7 EVRM en art. 8 EVRM, nu norm in zoverre is geconcretiseerd dat het gaat om in dit artikel omschreven gedrag in (onder andere) een portaal. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.835 tekens)
1 september 1998
Strafkamer
nr. 107.436
SM






Hoge Raad der Nederlanden



Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 2 april 1996 in de strafzaak tegen:


[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1941, wonende te [woonplaats] , ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in [A] .




1. De bestreden uitspraak


De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Amsterdam van 14 juni 1994 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 54 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam (oud)" veroordeeld tot een geldboete van éénhonderd vijftig gulden, subsidiair drie dagen hechtenis.



2. Het cassatieberoep


Het beroep is ingesteld door de verdachte.
Namens deze heeft mr G.P. Hamer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.



3. De conclusie van het Openbaar Ministerie


De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.



4. Bewezenverklaring


Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij:
op 23 oktober 1993 in de gemeente Amsterdam op voor anderen hinderlijke wijze zich heeft opgehouden in een liftportaal van perceel Amstel 1 en dit liftportaal heeft gebezigd voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte was bestemd, immers ging hij, verdachte, toen aldaar op verdovende middelen gelijkende waar gebruiken.



5. Beoordeling van het middel


5.1. De Rechtbank heeft geoordeeld dat hetgeen onder 4 is vermeld overtreding oplevert van artikel 54 (oud) van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam. Het in het vonnis besloten liggende oordeel dat artikel 54 niet onverbindend is, geeft niet blijk van een verkeerde rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat artikel 54 niet in strijd is met de in het middel genoemde bepalingen, nu de norm in zoverre is geconcretiseerd dat het gaat om in dit artikel omschreven gedrag in - onder andere - een portaal.

5.2. Het middel faalt dus.



6. Slotsom


Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.



7. Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president Hermans als voorzitter, en de raadsheren Aaftink en Orie, in bijzijn van de griffier Bogaert, en uitgesproken op 1 september 1998.