Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:1997:ZD0838

1997-10-21 Strafrecht 3616
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
1997-10-21
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
3616
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 1998, 172

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Hernieuwd beklag is alleen mogelijk op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, welken niet zijn aangevoerd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.207 tekens)
21 oktober 1997
Strafkamer
nr. 3616 Besch.
LD






Hoge Raad der Nederlanden






Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 24 oktober 1996 op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:


[klaagster]
, wonende te [woonplaats].





1. De bestreden beschikking



De Rechtbank heeft [klaagster] niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingediende beklag strekkende tot teruggave aan haar van de in bovenvermelde beschikking omschreven goederen.




2. Het cassatieberoep



Het beroep is ingesteld door [klaagster]. Namens deze heeft mr D.W.H.M. Wolters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.




3. De conclusie van het Openbaar Ministerie



De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




4. Beoordeling van het middel


4.1. De Rechtbank heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard op de volgende gronden:
In de onderhavige zaak is reeds bij beschikking van 15 februari 1996 van deze rechtbank ten gronde beslist op een door klaagster op 16 november 1995 ingediend klaagschrift tegen de inbeslagneming van dezelfde goederen.
De raadsman beoogd met het onderhavige klaagschrift slechts een bij het instellen van het cassatieberoep tegen voormelde beschikking gemaakte fout te herstellen en aldus nogmaals de mogelijkheid te krijgen de zaak aan de Hoge Raad der Nederlanden voor te leggen.
De raadsman heeft dan ook thans geen andere argumenten of omstandigheden naar voren gebracht dan die welke ten grondslag zijn gelegd aan het eerdere klaagschrift, waarop reeds ten gronde is beslist.
Nu door de raadsman geen andere argumenten of omstandigheden zijn gesteld dan die waarover bij voormelde beschikking van 15 februari 1996 een oordeel is gegeven, zou het inhoudelijk behandelen van het onderhavige klaagschrift neerkomen op een ‘’intern beroep’’ tegen de beschikking van 15 februari 1996. Een dergelijk ‘’intern beroep’’ is strijdig met het gesloten systeem van rechtsmiddelen dat is gegeven in het Wetboek van Strafvordering. Klaagster kan derhalve niet in haar beklag worden ontvangen.



4.2. Door aldus te overwegen heeft de Rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft zij haar beschikking toereikend gemotiveerd.




5. Slotsom



Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.




6. Beslissing



De Hoge Raad verwerpt het beroep.






Deze beschikking is gegeven door de vice-president Hermans als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt, Corstens, Aaftink en Orie, in bijzijn van de griffier Bogaert in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 1997.