Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:1996:ZD0140

1996-10-15 Strafrecht 102.846
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
1996-10-15
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
102.846
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 1997, 123

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed, art. 26.2.a WVW. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. 1. Had hof de verdachte ontvankelijk moeten verklaren in zijn h.b. en OM n-o moeten verklaren in zijn vervolging, nu dagvaarding door verdachte als ingetrokken kon en mocht worden beschouwd gelet op bericht van OvJ? 2. Subsidiair (voor het geval HR het cassatieberoep zal verwerpen) verzoek tot herziening van bestreden uitspraak. Ad 1. Middelen miskennen dat in cassatie geen beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die niet vaststaan en waarvan niet blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan. Ad 2. HR zal op herzieningsverzoek geen acht slaan, aangezien herziening ex art. 457 Sv slechts kan worden aangevraagd van een in kracht van gewijsde gegane einduitspraak. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. herzieningsverzoek.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.853 tekens)
15 oktober 1996
Strafkamer
nr. 102.846
AB



Hoge Raad der Nederlanden





Arrest




op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 augustus 1995 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:


[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [plaats].




1. De bestreden einduitspraak



Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 11 februari 1994, waarbij de verdachte ter zake van "handelen in strijd met artikel 26, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet" is veroordeeld tot een geldboete van éénduizendenvijfhonderd gulden, subsidiair dertig dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.



2. Het cassatieberoep



2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.



2.2. De schriftuur houdt voorts subsidiair - voor het geval de Hoge Raad het cassatieberoep zal verwerpen - een verzoek tot herziening van de bestreden uitspraak in. De Hoge Raad zal op dat verzoek geen acht slaan, aangezien herziening ingevolge art. 457 Sv slechts kan worden aangevraagd van een in kracht van gewijsde gegane einduitspraak.



3. De conclusie van het Openbaar Ministerie



De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep en tot gegrondverklaring van de aanvrage tot herziening met uitvaardiging van de bevelen die nodig zijn en met verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.



4. Beoordeling van de middelen



De middelen miskennen dat in cassatie geen beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden welke niet vaststaan en waarvan niet blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan. De middelen falen dus.



5. Slotsom



Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.



6. Beslissing



De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president Hermans als voorzitter, en de raadsheren Keijzer en Aaftink, in bijzijn van de griffier Bogaert, en uitgesproken op 15 oktober 1996.