Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1985:AG5126
1985-11-08
Civiel recht
6966
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1985:AG5126 → ECLI:NL:PHR:1985:AG5126
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:HR:2026:346 Hoge Raad 06-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1357 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1357 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1357 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2020:611 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.934 tekens)
8 november 1985
Eerste Kamer
Rek.nr. 6966
AB/E.K.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. Drs. G.S. Koopman-Rond.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van Justitie in het Arrondissement 's-Gravenhage heeft op 26 augustus 1985 onder overlegging van een op 10 augustus 1985 opgemaakte geneeskundige verklaring, alsmede een verklaring van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen de voortzetting van de inbewaringstelling van [verzoeker] gevorderd.
Bij beschikking van 28 augustus 1985 heeft de President van de Rechtbank te 's-Gravenhage de voortzetting van de inbewaringstelling bevolen.
De beschikking van de President is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Meijers strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Blijkens de bestreden beschikking is [verzoeker] op 10 augustus 1985 te 12.00 uur vanuit Vlaardingen opgenomen in het [gasthuis] te [plaats]. Vervolgens is op diezelfde dag om 15.00 uur door de burgemeester van Vlaardingen op de voet van art. 35b KW. een beschikking tot inbewaringstelling gegeven. De op 10 augustus, kennelijk vóór 12.00 uur opgemaakte geneeskundige verklaring vermeldt als plaats waar [verzoeker] zich bevindt: het politiebureau te Vlaardingen. In deze verklaring komt de arts tot de slotsom dat hij een ernstig vermoeden heeft dat [verzoeker] lijdende is aan krankzinnigheid in de vorm van schizofrenie ten gevolge waarvan hij een onmiddellijk dreigend gevaar voor anderen of voor de openbare orde oplevert.
Het middel betoogt dat de burgemeester van Vlaardingen niet bevoegd was de beschikking te geven, omdat ingevolge art. 35b "de burgemeester van de gemeente waar hij (de patiënt) zich bevindt" bevoegd is en [verzoeker] zich ten tijde van het geven van de beschikking te [plaats] en niet te Vlaardingen bevond. Dit betoog kan niet als juist worden aanvaard. Nu ten aanzien van [verzoeker] het in art. 35b bedoelde ernstige vermoeden dat hij een onmiddellijk dreigend gevaar voor anderen of voor de openbare orde opleverde, reeds was ontstaan toen hij zich nog te Vlaardingen bevond, was de burgemeester van Vlaardingen bevoegd de beschikking tot inbewaringstelling te geven.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de vice-president Ras als voorzitter en de raadsheren Martens, Van den Blink, Hermans en Bloembergen, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 8 november 1985.
Eerste Kamer
Rek.nr. 6966
AB/E.K.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. Drs. G.S. Koopman-Rond.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van Justitie in het Arrondissement 's-Gravenhage heeft op 26 augustus 1985 onder overlegging van een op 10 augustus 1985 opgemaakte geneeskundige verklaring, alsmede een verklaring van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen de voortzetting van de inbewaringstelling van [verzoeker] gevorderd.
Bij beschikking van 28 augustus 1985 heeft de President van de Rechtbank te 's-Gravenhage de voortzetting van de inbewaringstelling bevolen.
De beschikking van de President is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Meijers strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Blijkens de bestreden beschikking is [verzoeker] op 10 augustus 1985 te 12.00 uur vanuit Vlaardingen opgenomen in het [gasthuis] te [plaats]. Vervolgens is op diezelfde dag om 15.00 uur door de burgemeester van Vlaardingen op de voet van art. 35b KW. een beschikking tot inbewaringstelling gegeven. De op 10 augustus, kennelijk vóór 12.00 uur opgemaakte geneeskundige verklaring vermeldt als plaats waar [verzoeker] zich bevindt: het politiebureau te Vlaardingen. In deze verklaring komt de arts tot de slotsom dat hij een ernstig vermoeden heeft dat [verzoeker] lijdende is aan krankzinnigheid in de vorm van schizofrenie ten gevolge waarvan hij een onmiddellijk dreigend gevaar voor anderen of voor de openbare orde oplevert.
Het middel betoogt dat de burgemeester van Vlaardingen niet bevoegd was de beschikking te geven, omdat ingevolge art. 35b "de burgemeester van de gemeente waar hij (de patiënt) zich bevindt" bevoegd is en [verzoeker] zich ten tijde van het geven van de beschikking te [plaats] en niet te Vlaardingen bevond. Dit betoog kan niet als juist worden aanvaard. Nu ten aanzien van [verzoeker] het in art. 35b bedoelde ernstige vermoeden dat hij een onmiddellijk dreigend gevaar voor anderen of voor de openbare orde opleverde, reeds was ontstaan toen hij zich nog te Vlaardingen bevond, was de burgemeester van Vlaardingen bevoegd de beschikking tot inbewaringstelling te geven.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de vice-president Ras als voorzitter en de raadsheren Martens, Van den Blink, Hermans en Bloembergen, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 8 november 1985.