Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1983:AG4521
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1983:AG4521 → ECLI:NL:PHR:1983:AG4521
Inhoudsindicatie
Faillissementsrecht. Voor faillietverklaring is de echtelijke woning van gefailleerde doorverkocht en geleverd voor een te lage prijs aan diens echtgenote. Vordering tot schadevergoeding mogelijk tegen derde die heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers zonder dat deze vordering aan gefailleerde toekwam? Verrekening in reconventie ingestelde vordering echtgenote op gefailleerde (art. 53 Fw)? Een faillissementscurator is ook bevoegd voor de belangen van schuldeisers op te komen bij benadeling door de gefailleerde en in zo een geval kan onder omstandigheden ook plaats zijn voor het geldend maken door de curator van een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van art. 1401 BW tegen een derde die bij de benadeling van schuldeisers betrokken is, ook al kwam een dergelijke vordering niet aan de gefailleerde zelf toe. Niet voldaan aan de door art. 53 Fw voor compensatie gestelde voorwaarden, nu echtgenote niet kan worden aangemerkt als schuldenares van gefailleerde.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (65)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5514 Rechtbank Overijssel 02-09-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:720 Parket bij de Hoge Raad 10-07-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:3810 Rechtbank Limburg 29-04-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:5039 Rechtbank Rotterdam 15-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2025:5959 Rechtbank Midden-Nederland 12-11-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:9127 Rechtbank Rotterdam 23-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:7702 Rechtbank Rotterdam 30-06-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:3673 Rechtbank Overijssel 28-05-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:2740 Rechtbank Overijssel 09-04-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:1350 Rechtbank Gelderland 12-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:11406 Rechtbank Rotterdam 13-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1064 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:852 Parket bij de Hoge Raad 30-08-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1839 Gerechtshof Amsterdam 02-07-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:1048 Rechtbank Overijssel 28-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:828 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2023
- ECLI:NL:RBOVE:2023:3727 Rechtbank Overijssel 20-09-2023
- ECLI:NL:RBOVE:2023:3727 Rechtbank Overijssel 20-09-2023
- ECLI:NL:HR:2023:968 Hoge Raad 23-06-2023
- ECLI:NL:HR:2023:967 Hoge Raad 23-06-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:1278 Rechtbank Gelderland 15-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2621 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14287 Rechtbank Den Haag 28-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1076 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1075 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1076 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1075 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:9374 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:681 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:1859 Rechtbank Noord-Nederland 08-06-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:866 Gerechtshof Den Haag 01-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:14 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2120 Gerechtshof Den Haag 02-11-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:9619 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-10-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:3294 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-04-2021
- ECLI:NL:RBROT:2021:1907 Rechtbank Rotterdam 17-02-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2020:3292 Rechtbank Noord-Nederland 23-09-2020
- ECLI:NL:RBOVE:2020:3161 Rechtbank Overijssel 09-09-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:3552 Rechtbank Midden-Nederland 02-09-2020
- ECLI:NL:RBLIM:2020:6058 Rechtbank Limburg 12-08-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:1825 Rechtbank Midden-Nederland 29-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:359 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:358 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:995 Rechtbank Noord-Nederland 29-01-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:511 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:432 Parket bij de Hoge Raad 19-04-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:3177 Rechtbank Noord-Holland 12-04-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:3175 Rechtbank Noord-Holland 12-04-2019
- ECLI:NL:GHARL:2018:10731 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-12-2018
- ECLI:NL:RBAMS:2018:7829 Rechtbank Amsterdam 26-09-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4683 Gerechtshof Amsterdam 14-11-2017
- ECLI:NL:HR:2017:2269 Hoge Raad 08-09-2017
- ECLI:NL:HR:2017:2269 Hoge Raad 08-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:427 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:1278 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-02-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:140 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-01-2017
- ECLI:NL:RBAMS:2016:9988 Rechtbank Amsterdam 13-07-2016
- ECLI:NL:GHARL:2016:3530 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-05-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2232 Parket bij de Hoge Raad 06-11-2015
- ECLI:NL:RBMNE:2015:5571 Rechtbank Midden-Nederland 12-08-2015
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.373 tekens)
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Mr. Christianus Martinus Joseph PEETERS,
wonende te Oosterhout,in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Johannes Eduard Cornelis van Rooy ,
wonende te Dongen (N.B.),
EISER tot cassatie,
advocaat: Mr. P.A. Wackie Eijsten,
PD - HR 27/5/1982,
t e g e n
Maria Catharina Martha GATZEN ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen het Koninkrijk,
wonende te Baarle-Hertog (België),
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
De Curator heeft bij exploot van 5 oktober 1979 Gatzen gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat,
1. voor recht zal worden verklaard dat Gatzen jegens de gezamenlijke crediteuren van J.E.C. van Rooy een onrechtmatige daad heeft gepleegd;
2. Gatzen zal worden veroordeeld om aan de Curator tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van f 69.160,--, benevens de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 1976 tot aan de dag der voldoening;
3. van waarde zal worden verklaard het te dezen betekende conservatoir beslag op het daarin vermelde onroerend goed, met veroordeling van Gatzen in de kosten van het geding, die van voormeld beslag daaronder begrepen.
Gatzen heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd en harerzijds in reconventie verklaring voor recht gevorderd (samengevat weergegeven):
(1) dat zij een vordering op Van Rooy heeft voor een bedrag van f 20.285,95, en
(2) dat die vordering vatbaar is voor compensatie met een mogelijk in conventie aan de Curator toe te wijzen bedrag.
Bij vonnis van 13 januari 1981 heeft de Rechtbank in conventie de Curator tot bewijslevering toegelaten en in reconventie de onder (1) gevorderde verklaring voor recht gegeven en de onder (2) gevorderde verklaring voor recht afgewezen.
Voor wat deze afwijzing betreft, heeft Gatzen tegen het vonnis van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat bij arrest van 3 november 1981 dat vonnis heeft vernietigd, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en alsnog heeft verklaard voor recht dat voornoemde vordering van Gatzen vatbaar is voor compensatie met een mogelijk in conventie aan de Curator toe te wijzen bedrag.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft de Curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet-verschenen Gatzen is verstek verleend.
De zaak is voor de Curator bepleit door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Biegman-Hartogh strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een ander hof ter verdere behandeling en afdoening.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In het geding in reconventie is aan de orde de vraag of Gatzen haar vordering ten belope van f 20.285,95 op haar gefailleerde echtgenoot Van Rooy in compensatie kan brengen met de door de Curator in het faillissement van Van Rooy in conventie tegen Gatzen ingestelde vordering ten belope van ƒ 69.160,--.
3.2 Naar Rechtbank en Hof hebben aangenomen, berust deze laatste vordering op de stelling van de Curator, dat Gatzen jegens de gezamenlijke schuldeisers van Van Rooy een onrechtmatige daad heeft gepleegd door ten nadele van die schuldeisers mee te werken aan een vóór de faillietverklaring tot stand gebrachte transactie, daarin bestaande dat Van Rooy een hem toebehorend onroerend goed (de echtelijke woning) voor een te lage prijs heeft verkocht en geleverd aan Seco-Vastgoed Maatschappij B.V., die dat goed vervolgens heeft doorverkocht en geleverd aan Gatzen .
3.3 De Hoge Raad begrijpt de gedachtengang van het Hof aldus dat de Curator alléén een vordering tegen Gatzen ter zake van de beweerdelijk door haar vóór de faillietverklaring jegens de schuldeisers van Van Rooy gepleegde onrechtmatige daad zou kunnen geldend maken, als dit een op het moment van de faillietverklaring tot het vermogen van Van Rooy behorende vordering was en dus een vordering van Van Rooy op Gatzen . In dat geval, aldus het Hof, zou er geen bezwaar tegen compensatie met de vordering van Gatzen op Van Rooy bestaan.
Tegen deze gedachtengang, die aan de beslissing van het Hof ten grondslag ligt, voert onderdeel a terecht aan, dat een faillissementscurator ook bevoegd is voor de belangen van schuldeisers op te komen bij benadeling van schuldeisers door de gefailleerde en dat in zo een geval onder omstandigheden ook plaats kan zijn voor het geldend maken door de curator van een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van art. 1401 BW tegen een derde die bij de benadeling van schuldeisers betrokken is, ook al kwam een dergelijke vordering uiteraard niet aan de gefailleerde zelf toe. Of en in hoever de betreffende gedraging van Gatzen onrechtmatig was jegens de schuldeisers van Van Rooy voor wier belangen de Curator opkomt, is een vraag die thans nog niet aan de orde is.
3.4 Voor het overige behoeft het middel geen behandeling. De Hoge Raad kan ten principale rechtdoen. Voor wat de in conventie door de Curator tegen Gatzen ingestelde vordering betreft, kan deze laatste - gezien het hiervoor onder 3.2 overwogene - niet worden aangemerkt als schuldenares van de gefailleerde, zodat in dit opzicht niet is voldaan aan de door art. 53 F. voor compensatie gestelde voorwaarden en de Rechtbank bij haar in hoger beroep vernietigde vonnis derhalve terecht heeft afgewezen het in reconventie door Gatzen gevorderde declaratoir. In zoverre moet dat vonnis dus alsnog worden bekrachtigd. De behandeling van het - niet aan hoger beroep onderworpen - geding in conventie dient te worden voortgezet door de Rechtbank.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het Hof van 3 november 1981;
bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank van 13 januari 1981, voor zover aan hoger beroep onderworpen;
veroordeelt Gatzen in de kosten van het geding in hoger beroep en in cassatie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Curator begroot:
in hoger beroep op ƒ 1.175,--, waarvan te betalen:
1. aan de Griffier van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch wegens in debet gestelde griffierechten ƒ 75,--,
2. aan de procureur Mr. F.J.C.M. de Kok te ’s-Hertogenbosch ƒ 1.100,-- voor salaris;
in cassatie op ƒ 2.379,65, waarvan te betalen:
1. aan de deurwaarder M.G.M.M. Avontuur te ’s-Gravenhage wegens dagvaardingskosten ƒ 57,90,
2. aan de Griffier van de Hoge Raad der Nederlanden wegens in debet gestelde griffierechten ƒ 150,--,
3. aan de deurwaarder H. Hermans te 's-Gravenhage wegens afroepgelden ter rolle ƒ 21,75,
4. aan de advocaat Mr. P.A. Wackie Eijsten te 's-Gravenhage ƒ 2.150,--, waarvan ƒ 2.000,-- voor salaris en ƒ 150,-- aan verschotten.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Drion als voorzitter en de raadsheren Snijders, Royer, Van den Blink en Verburgh, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 14 januari 1983.